Tagarchief: monument

Officiële opening Villa Ockenburgh zaterdag 12.09.2020

Telegraaf 11.09.2020

Opening

Zaterdag 12.09.2020 wordt de grondig gerenoveerde karakteristieke witte Villa Ockenburgh op het landgoed officieel geopend. Uiteraard volgens het coronaprotocol. Bezoekers moesten zich aanmelden en ontvingen een tijdslot.

AD 18.09.2020

Het betreft een besloten opening. Vanaf dinsdag is het restaurant zes dagen per week geopend voor ontbijt, lunch en diner.

AD 11.09.2020

Wat in 2015 begon als een spontaan burgerinitiatief, het renoveren van de monumentale villa op de Historische Buytenplaats Ockenburgh, werd werkelijkheid. „We zijn een fijn ‘paleys’ voor allen.”

AD 11.09.2020

Kom in dit paleys de deur staat open, staat in sierlijke letters op een muur in de vleugel van Villa Ockenburgh. Een ontmoetingsplek waar iedereen welkom is.

Precies zo had de oorspronkelijke stichter van de Historische Buitenplaats Ockenburgh, de dichter Jacob Westerbaen, het indertijd bedoeld.

Buitenplaats Ockenburgh

Monsterseweg 4, 2553 RL Den Haag

Locatie

https://villaockenburgh.nl/

https://www.buitenplaatsockenburgh.nl/

zie ook: Landgoed Villa Ockenburgh in de verkoop

zie ook: Geen hoogbouw naast historische landhuis Ockenburgh

zie ook: Open dag broedplaats Villa Ockenburgh

August Verdonck (r.) © August Verdonck

Eindelijk kan opgeknapte villa Ockenburgh zich meten met bijbehorende tuin

AD 20.09.2020 Wie na jaren weer eens een kijkje komt nemen, zal versteld staan van de metamorfose die villa Ockenburgh en het terrein eromheen hebben ondergaan. Vorige week is de villa na een grondige restauratie heropend. Deze week gingen wij langs bij de villa voor de rubriek Mijn Tuin.

De groente- en fruittuin van de Haagse villa, naar een ontwerp van tuin- en landschapsontwerper Arina Keijzer, is al wat langer weer te bezoeken, maar niet minder de moeite waard. Op de plaats waar vroeger gespeeld en gedanst werd – toen de villa nog dienst deed als jeugdherberg – is een prachtige tuin ontstaan, compleet met een berceau waar langs appel- en perenbomen worden geleid.

,,Deze bomen worden gesponsord door particulieren en bedrijven en dit jaar belooft een eerste voorzichtige oogst op te leveren”, vertelt August Verdonck, vrijwilliger van de tuin. ,,Ook bij de muur aan de zijkant van het tuincomplex staan gesponsorde fruitbomen, maar dat zijn vooral pruimen-, kersen- en abrikozenbomen.”

Vergeten groente

De groentetuin is verdeeld in een aantal bedden waarin niet alleen de bekende groenten worden geteeld, maar ook ‘vergeten groenten’, zoals de ‘brave hendrik’, de ‘kapucijnerbaard’ (een loot uit de grote cichoreifamilie) en de ‘duinkool’. Kleinfruitstruiken zijn er ook volop: frambozen, aardbeien en bessen. ,,En de vijgen lijken in de tuin een prima standplaats te hebben gevonden. We hebben ook bakken met kruiden en in vier grote bedden bij het terras staat een overdaad aan prachtige bloemen.’’

August Verdonck (l.)

August Verdonck (l.) © August Verdonck

Ook niet te ontlopen zijn de twee bedden aan het begin van de tuin waarin de metershoge kardoenplanten staan. ,,Met de artisjokken behoren ze tot één familie, maar die overtreffen ze in lengte. De gebleekte bladeren van de kardoen zou je kunnen kennen van de Haagse markt, waar ze soms te koop zijn.”

Elke maandag is een team van zo’n twaalf vrijwilligers in de weer om de tuin te verzorgen. Het is de bedoeling dat enkele vrijwilligers rondleidingen gaan geven.

Vrijwilligers aan het werk in tuin Ockenburgh.

Vrijwilligers aan het werk in tuin Ockenburgh. © August Verdonck

Tuin Ockenburgh

Tuin Ockenburgh © August Verdonck

Vrijwilligers aan het werk in tuin Ockenburgh.

Vrijwilligers aan het werk in tuin Ockenburgh. © August Verdonck

Wil je meer artikelen lezen in de rubriek Mijn Tuin? Dat kan hier!

Kleyn paleis met groot verhaal; roerige geschiedenis Buitenplaats Ockenburgh in boekvorm

AD 15.09.2020 ,,Ik heb wel iets bijzonders met dat duingebied Ockenburg, altijd gehad. Niet ver daar vandaan ben ik geboren in de Groen van Prinstererlaan. Post Loosduinen heette dat toen.” Ondanks ons telefonisch gesprek is het duidelijk dat Willem van der Ham op afstand eventjes wegdroomt naar zijn jeugd.

Waarna hij uitgebreid vertelt dat hij als stadsjongetje, wonend aan de zuidgrens van Den Haag, met zijn moeder, broer en zus vaak ging wandelen in dat prachtige park vol bruggetjes en watertjes. ,,Dat is echt een plek uit mijn jeugd, daar krijg ik een bijzonder soort chauvinistisch gevoel van, nog steeds.”

De vraag was alleen maar geweest waarom hij als hoofdredacteur van een schrijverscollectief had meegewerkt aan het nieuwe boek Een kleyn paleis over de Haagse Buitenplaats Ockenburgh. Een bijna bijbeldik boek dat zaterdag officieel is gepresenteerd, door corona vijf maanden later dan oorspronkelijk gepland.

Willem van der Ham op het balkon van de Villa Ockenburgh. © Karel van der Bent

Lees ook;

Lees meer

Lees meer

Sociaal geograaf, historicus en journalist Van der Ham is zeker niet de enige met een Ockenburgh-gevoel. Menig Hagenaar, maar ook Westlander, heeft dierbare herinneringen aan dat park. ,,Je kunt er heerlijk wandelen en verpozen. De landschappelijke variatie op een vrij gering oppervlak is heel groot. Het is echt een geliefd wandeloord.”

Jeugdliefde

De jeugdliefde van Willem bleef hangen. Ook nog toen hij Den Haag had verlaten en de liefde vlamde weer op toen hij er weer ging wonen. Als ware het een vriendin, hij bleef Ockenburgh beschermend in de gaten houden. Ontdekte dat ze in verval raakte, besefte dat daar iets aan moest gebeuren, dat dit stukje cultuurhistorie moest worden gekoesterd. ,,Omdat het een belangrijke plek is voor Den Haag.” Van der Ham hoorde van een burgerinitiatief om het weer op te knappen, werd ter plekke vrijwilliger en ging doen wat menig journalist alleen maar kan doen: erover schrijven.

De Stichting tot behoud van de Historische Buitenplaats Ockenburgh had toen al plannen voor een boek, Willem van der Ham werd hoofdredacteur. ,,En toen kwam ik er ook achter dat dit landhuis, deze villa, zo verschrikkelijk veel geschiedenis herbergt. Fascinerend!”

En toen kwam ik er ook achter dat dit landhuis, deze villa, zo verschrik­ke­lijk veel geschiede­nis herbergt. Fascine­rend!

Want de buitenplaats is behalve een plek van vele individuele herinneringen, het is ook vol van geschiedenis waar in de 18de en 19de eeuw veel gebeurde. Waar later, tijdens de Tweede Wereldoorlog, letterlijk voor de deur werd gevochten en waar, toen er een jeugdherberg was gevestigd, veel prille liefdes opbloeiden.

Felle gevechten

,,Samen met een kleine kernredactie hebben we eerst een tijdspad in hoofdstukken uitgezet”, vertelt hij. ,,Daarna zijn we op zoek gegaan naar gekwalificeerde mensen die ook goed kunnen schrijven en die zich in de materie konden inleven.” Elk hoofdstuk heeft een andere invalshoek. ,,Daardoor is het een roerige geschiedenis geworden die de plek van alle kanten belicht.”

Zo wordt de archeologie beschreven, maar komen ook de bewoners na de eerste eigenaar Jacob Westerbaen aan de orde. Boeiend is het hoofdstuk over de architectuur en verbouwingen van het landhuis en de versnippering van het landgoed. Dat geldt evenzeer voor de geschiedenis vlak voor de Tweede Wereldoorlog, toen de villa onderdak gaf aan Duitse en Oostenrijkse vluchtelingenkinderen. Spannend is te lezen hoe Ockenburgh in mei 1940 het toneel was van de felle en harde gevechten met de Duitsers. Omdat er een vliegveld lag.

Jeugdherberg

Na de oorlog was Ockenburgh jarenlang een succesvolle jeugdherberg en weer later ook nog een inspiratiebron voor talloze, soms maar raak levende, kunstenaars die de buitenplaats als antikraakplek bezet hielden. En daarmee, dat dan ook wel weer, menig geïnteresseerde projectontwikkelaar buiten de deur konden houden.
Het laatste hoofdstuk vertelt het verhaal van het burgerinitiatief waarbij talloze Hagenaars en, nogmaals ook Westlanders, hun ziel en zaligheid hebben gegeven om Ockenburgh weer Ockenburgh te maken zoals het er vandaag de dag uitziet.

Ook nu het boek klaar is gaat Willem van der Ham nog geregeld op bezoek. Ongetwijfeld zal hij in de nabije toekomst het restaurant, dat inmiddels van de kas naar de villa is verhuisd, blijven bezoeken. ,,Nee, ondanks dat ik hou van de buitenplaats en de duinen eromheen, zou ik er niet willen wonen. Ik woon liever tussen de mensen. Maar misschien is het toch dat jeugdgevoel dat ik er elke keer wel weer even naartoe ga.”

‘Een kleyn paleis, De geschiedenis van de Haagse Buitenplaats Ockenburgh’, € 29,99, onder redactie van Willem van der Ham, Janet Pronk, Botine Koopmans en Heimerick Tromp; Uitgeverij WalburgPers

Om een ‘buiten’ te kopen was een rage onder rijken

Jacob Westerbaen kocht omstreeks 1638 een stuk duingrond waarop hij in het groen een buitenhuis bouwde dat hij zijn ‘kleyn paleis’ noemde. Dat was niet groot; latere eigenaren gaven het meer paleisachtige allures. Ockenburgh is wel monumentaal met een lange oprijlaan door het park die eindigt bij het landhuis dat op een terp ligt.

Toentertijd was het een rage onder rijken om zo’n ‘buiten’ te kopen, ook een plek om aan de drukke en vervuilde stad te ontsnappen. Een buitenplaats mocht niet te ver van de stad liggen, reizen ging toen te voet, met paard en wagen of trekschuit. De locatie Ockenburgh was dus ideaal.

Veel buitenplaatsen zijn gesloopt, vooral door de groei van omliggende steden. Ockenburgh bleef dit lot bespaard. Wel hebben stukken van het oorspronkelijke landgoed een andere bestemming gekregen.

 

Na jaren is Villa Ockenburgh eindelijk gerestaureerd: ‘Dit is de Ockenburgh-stijl’

OmroepWest 13.09.2020 Na jaren van verloedering is de villa op Buitenplaats Ockenburgh in Den Haag weer in ere hersteld. Het pand is grondig gerestaureerd, zaterdag is de villa officieel heropend. ‘Dit is een stukje Den Haag dat een beetje onder een stoflaagje lag en dat hebben we geprobeerd zichtbaar te maken’, zegt Petra Brekelmans van de Stichting tot Behoud van de Historische buitenplaats Ockenburgh.

 

De markante villa uit 1654 is sinds vorig jaar december grondig onder handen genomen. Het gebouw zelf is onder leiding van de gemeente Den Haag gerestaureerd, het interieur is volledig aangepakt door vrijwilligers. Brekelmans: ‘Het is in elkaar geschoven tijd en talent van mensen die hier iets van willen maken.’

 

Zeven jaar geleden ontstond bij Petra Brekelmans het idee om de villa, die op dat moment stond te verpieteren. Bijna 1,8 miljoen euro is er opgehaald dankzij sponsors, giften en crowdfunding om de restauratie mogelijk te maken. In de gerestaureerde villa heeft Brasserie Ock zich gevestigd. Daarnaast wordt de villa een trouw- en evenementenlocatie.

Het interieur van de vernieuwde villa | Foto: Omroep West

Brekelmans is blij met het resultaat: ‘Het is hier echt een uitnodigend gebeuren geworden’, zegt ze. ‘Dit is een stijl van gekregen meubels die een nieuw leven hebben gekregen door een laagje verf of een nieuw stofje en nieuwe meubelen. Dit is de Ockenburgh-stijl.’

Meer over dit onderwerp: DEN HAAG

Villa Ockenburgh weer in oude luister hersteld

Den HaagFM 13.09.2020 De oudste vermelding van Landgoed Ockenburg gaat terug naar rond 1650. Toen kocht dichter en medicus Jacob Westerbaen ‘het woeste duinlandschap te zuiden van ‘s-Gravenhaghe’.

In de afgelopen eeuwen heeft niet alleen het landgoed, maar ook de villa van de buitenplaats een rijke historie gekend. Van koop tot verkoop, van verblijf van Belgische militairen tot opvang van Joodse kinderen, van vliegveld tot camping met jeugdherberg en van volle glorie tot verval.

Met name de staat waarin de villa en het omliggende terrein zich de afgelopen kwart eeuw bevond was voor buurtbewoners een ware doorn in het oog. Daardoor ontstond in 2012 een burgerinitiatief om de villa in oude luister te herstellen en een zinvolle bestemming te geven.

In de afgelopen jaren zijn er door zeker 150 vrijwilligers meer dan 70.000 werkuren geïnvesteerd om de villa helemaal op te knappen. Ook de moestuin werd weer nieuw leven ingeblazen.

Initiatiefnemer en voorzitter van de Stichting tot Behoud van de Historische Buitenplaats Ockenburgh Petra Brekelmans is ongelooflijk trots en blij met wat er in al die tijd is bereikt. “We hebben mensen opgeroepen, heb je talent en tijd, kom dan helpen om de villa weer bruikbaar te maken”, zo zegt Brekelmans tegen Den Haag FM.

Bij de restauratie kwamen ook onverwachte zaken boven tafel. Zo werden er nog kogels uit de Tweede Wereldoorlog in balken gevonden en werd er een onbekende kelder ontdekt.

Toen de villa grotendeels klaar was voor gebruik werd Buitenplaats Ockenburg onlangs verrast met de Publieksprijs voor de Haagse Openbareruimte. Brekelemans vindt het geweldig en ziet dat als de beloning voor al het vrijwilligerswerk, “dit is een project waar ieder zijn stukje heeft bijgedragen tot het succes.”

En dat succes is zeker niet te danken aan de Gemeente Den Haag, zo benadrukte Wethouder Bredemeijer bij de onthulling van het kunstwerk ter ere van de heropening, “Dit is dankzij de geweldige inzet van de vrijwilligers uit deze buurt”. “

Het is een heel mooi voorbeeld van hoe een samenleving zou moeten werken, hoe participatie werkt en hoe we dat met elkaar kunnen doen”, zo loofde hij dit burgerinitiatief.

Om de Buitenplaats ook een maatschappelijk karakter mee te geven heeft de horeca expoitant een aantal opdrachten kregen. Zo moet er een brug worden geslagen naar het Westland, wordt er vergeten vis uit de Scheveningse haven gepromoot en moest het een leer-werk bedrijf worden. Daarnaast is ook de sociale buurtfunctie een belangrijke pijler.

Om de heropening te vieren is er een openingsweek met verschillende activiteiten, “dus kom het beleven hier op Ockenburgh”, besluit Brekelmans.

Buytenplaats Ockenburgh is nu een groene ontmoetingsplek voor iedereen

AD 11.09.2020 Wat in 2015 begon als een spontaan burgerinitiatief, het renoveren van de monumentale villa op de Historische Buytenplaats Ockenburgh, werd werkelijkheid. „We zijn een fijn ‘paleys’ voor allen.”

Kom in dit paleys de deur staat open, staat in sierlijke letters op een muur in de vleugel van Villa Ockenburgh. Een ontmoetingsplek waar iedereen welkom is. Precies zo had de oorspronkelijke stichter van de Historische Buitenplaats Ockenburgh, de dichter Jacob Westerbaen, het indertijd bedoeld.

Morgen wordt de grondig gerenoveerde karakteristieke witte villa op het landgoed officieel geopend. Uiteraard volgens het coronaprotocol. Bezoekers moesten zich aanmelden en ontvingen een tijdslot.

Lees ook;

Horeca op Buitenplaats Ockenburgh slaat nieuwe weg in: ‘We zijn eigenlijk een sociaal vangnet’

Lees meer

Buitenplaats Ockenburgh valt in de prijzen: best opgeknapte plekje van Den Haag

Lees meer

Meters plinten

„Met de professionals en vrijwilligers zijn wonderen verricht”, zegt coördinator van het klusteam Tiede van der Weij. „Bijna vijfhonderd liter watergedragen verf zit op de muren en kozijnen. Meters plinten werden gezaagd en gelegd, sierlijsten bevestigd, houten bladen in de toiletten werden gemarmerd.

Ook denk ik dat er in de villa ontelbare tubes kit zitten, waarmee naadjes werden gedicht.” Hij wijst naar de strak gelakte donkergroene deur aan de binnenplaats van de villa. „Dat is nog de originele deur van de ruim 350 jaar oude villa. Op last van de brandweer mocht de deur niet meer naar binnen open draaien, in verband met de brandveiligheid.

Dus moest alles om. Nu draait de deur naar buiten.” Het is slechts een van de voorbeelden waar het bestuur en de 150 vrijwilligers van de Stichting tot behoud van de Historische Buitenplaats Ockenburgh (SHBO), afgelopen jaren mee werden geconfronteerd.

Het trappenhuis.

Het trappenhuis. © Frank Jansen

Oproep

Van der Weij zijn blauwe ogen glinsteren. Dat de villa nu in ere is hersteld, voelt onwerkelijk. Hij herinnert zich nog goed dat hij samen met zijn vrouw over het landgoed wandelde. „Al het houtwerk van het rijksmonument was vermolmd, je kon er zo je hand insteken.

Niet lang daarna stond er een oproep van Petra Brekelmans in huis-aan-huisblad de Posthoorn dat ze vrijwilligers zocht. Ik heb me meteen aangemeld.” Nu de villa klaar is, kan de stichting zich voorbereiden op de volgende fase: het renoveren van de vleugel.

„Die kan ook nog wel een likje verf gebruiken”, aldus Van der Weij. Daarnaast hoopt hij dat het oude poorthuis wordt herbouwd, waar je terechtkunt voor informatie. „En lekkers, zoals rabarber, uit de moestuin!”

Stap voor stap

Voor Brekelmans komt een droom uit. Als klein meisje speelde ze al in Ockenburgh. „Het was een fijne plek voor iedereen. Toen ik er met mijn eigen kinderen kwam, schrok ik me rot.

De villa was een wrak, overwoekerd met onkruid. In het bos bleek het onveilig. Dat kon toch anders?” In 2012 werd aan haar keukentafel met vijf vriendinnen een reddingsplan geschreven. Drie jaar later startte ze met de eerste groep vrijwilligers. De villa en vleugel werden flink schoon geboend.

Je weet van tevoren dat je zo’n enorm project niet in één keer kunt doen, aldus Petra Brekelmans.

„We openden een pop-up café/restaurant. Met de huurinkomsten konden we kleine herstelklussen realiseren”, vertelt Brekelmans. „Je weet van tevoren dat je zo’n enorm project niet in één keer kunt doen. Het moet stap voor stap.

Vergeet niet dat er voor minstens 3 miljoen euro aan achterstallig onderhoud was opgelopen!” Gelukkig had de stichting het tij mee. De gemeente Den Haag en Provincie Zuid-Holland kregen vertrouwen in het burgerinitiatief. Met elkaar hebben ze de renovatie van het casco van de villa bekostigd. De rest was aan de stichting.

Zonnepanelen

Toen in 2018 de stichting de eigendomsovereenkomst tekende, konden ze hun plan trekken met hulp van fondsen en donaties. Naast voorzitter Petra Brekelmans en penningmeester Peter Vorstermans, trad Guus Pieters aan in het bestuur.

Hij begeleidde het bouwtraject waarbij de villa is gerenoveerd, maar ook verduurzaamd. „Het rijksmonument is ingericht met een mooie mix van oud en nieuw. Er zijn vloerverwarmingen, zonnepanelen op het dak, hoogrendementsglas (HR++), warmtepompen en waterterugwinning.”

Van bewoners uit de wijde omtrek ontving de stichting antieke secretaires, kasten, dekenkisten, schilderijen, een oude vleugel en lampen. „Vrijwillige stylisten decoreerden het restaurant Villa Ockenburgh en de verschillende zalen. Bezoekers kunnen zich onderdompelen in de sfeer van weleer met een sprankje fin de siècle.

Kroonluchters, palmen, okergele fauteuils met fluwelen kussens, royale bloemstukken en pauwenbehang. Je kunt er uitkijken over het landgoed, waar zorg en aandacht aan de natuur is besteed. Er zit buiten bijvoorbeeld amberkleurig licht in de lampen. Een vereiste in het beschermde Natura2000 gebied, waar de villa zich in bevindt.”

Fijn plekje

Het pop-up café/restaurant kreeg tijdelijk onderdak in de kas in de tuin. Tijdens de werkzaamheden moesten alle evenementen en bijeenkomsten doorgaan. Pieters: „Buitenplaats Ockenburgh is voor een groeiend publiek een trekpleister. Dat doen we met een gevarieerd programma vol laagdrempelige activiteiten, zoals de ‘vijf voor twaalf talkshow’ en een filmclub.”

Begin juni namen nieuwe uitbaters met duurzame ambities het restaurant over. Die bezitten daarnaast een sociaal-maatschappelijk hart. In samenwerking met onder meer het Piramide College, een middelbare school voor speciaal onderwijs, krijgen jongeren er de mogelijkheid hun kansen op de arbeidsmarkt te vergroten.

Brekelmans kijkt naar het terras van de kas, waar iedereen de 1,5 meter afstand in acht neemt. Wandel-, yoga- en fietsclubjes ontmoeten elkaar. Binnen zitten moeders met hun kinderen in de speelhoek.

„Het is echt een fijn plekje voor iedereen geworden”, stelt Brekelmans. „Voor de wijde omgeving waar de komende jaren ruim 25.000 woningen worden gebouwd, voor de natuur, onze kinderen en hopelijk ook voor onze kleinkinderen.”

Het Haagse Slavernijmonument

Wandsculptuur ter herdenking

‘Het monument en de herdenking zijn bedoeld voor de gehele Haagse samenleving’, schrijft de adviescommissie. ‘Voor alle Hagenaars, ongeacht hun afkomst.

Door gezamenlijk het verleden te kennen en te erkennen, kan er worden gewerkt aan een gezamenlijke verwerking daarvan.’

AD 07.01.2021

AD 30.11.2019

Het slavernijmonument hoeft volgens de commissie ‘geen pompeus ruimtelijk monument’ te zijn, maar liever ‘een duidelijk zichtbare wandsculptuur ter markering van de rol die de stad Den Haag in de slavernij heeft vervuld’.

Als voorbeeld wordt het Joodse monument op het Rabbijn Maarsenplein gegeven.

Omdat er in Amsterdam al een Nationaal Herdenkingsmonument is, is het de bedoeling dat de herdenkingsplek in Den Haag een lokaal herdenkingsmonument wordt.

Het Haagse PvdA-raadslid Mikal Tseggai had vragen gesteld aan het stadsbestuur. ‘Zou het niet mooi zijn als juist Den Haag, de stad van Vrede en Recht, zich hard zou maken voor een officiele herdenking’, vertelde ze eerder aan mediapartner Den Haag FM. Ook wilde ze kijken of er een Haags slavernijmonument in Den Haag kan komen.

De Haagse CDA-fractie maakte eind september 2013 bekend dat zij zich willen inzetten voor een slavernijmonument. CDA-gemeenteraadslid Mitra Rambaran is een van de initiatiefnemers. Het monument zou in het Zuiderpark moeten komen.

LEES OOK: Norder: Slavernijmonument past bij Den Haag

Zie ook: Werelderfgoeddagen Slavernijverleden in Den Haag 11, 12 en 13 september 2015

Zie ook: Demonstratie 15.02.2015 Nationale Herdenking Slavernijverleden op het Haagse Plein

Zie ook: Tentoonstelling ‘Verbreek de ketenen’ 150 jaar afschaffing van de slavernij

Rabin Baldewsingh blij en kritisch over de komst slavernijmonument

Den HaagFM 07.01.2020 Rabin Baldewsingh, oud-wethouder van de Partij voor de Arbeid in de gemeente, is blij en kritisch over de komst van het slavernijmonument. Hij deed onderzoek naar de haalbaarheid van het idee en diende zijn bevindingen vorig jaar in. Het college heeft woensdag bepaald dat het monument er komt. ‘Dat is goed nieuws, maar waarom pas in 2023?’

De komst van het monument wordt over de huidige collegeperiode heen getild. Dat zorgt bij Baldewsingh voor zorgen. ‘Waarom duurt het zo lang? Waarom moet het monument pas in 2023 komen?’, vraagt de oud-wethouder zich af. Hij heeft een nare bijsmaak gekregen na het debacle rondom het migratiemuseum, dat eerst ook werd goedgekeurd, maar door het volgende college werd teruggedraaid. ‘Uitstellen zorgt voor onzekerheden.’

Een tweede kritische noot van Baldewsingh is dat het advies om een comité aan te stellen van tafel is geveegd. ‘Het moet voor de hele stad zijn. Laat er dan ook een comité zijn die het proces begeleid. Maar dat wil het college niet. Zij zeggen: “Als de doelgroep het wil, moeten ze het regelen”, maar dan duw je dit initiatief weer in de etnische hoek.’

Dus roept de oud-wethouder op: realiseer het in deze collegeperiode. “Laat er nu actie zijn. Zelfs Hoofddorp heeft een monument. En overweeg nogmaals de komst van een comité, zodat het een monument van de stad Den Haag wordt en niet van één etnische groep. Het is onze gedeelde geschiedenis.’

Den Haag krijgt een slavernijmonument: ‘Door te herdenken, staan we stil bij onze geschiedenis’

AD 07.01.2021 Den Haag krijgt over twee jaar een eigen slavernijmonument. In 2023 vindt ook de 160ste herdenking van de afschaffing van de Trans-Atlantische slavernij plaats. ,,In mijn ogen een mooi moment voor de oprichting van een Haags herdenkingsmonument, waar velen in de stad naar streven’’, aldus de Haagse wethouder Bert van Alphen.

,,Door te herdenken en te vieren, staan wij stil bij onze geschiedenis”, legt hij uit. STROOM, het Haags centrum voor beeldende kunst, is verzocht de mogelijkheden te onderzoeken voor het oprichten van een monument. Aan de hand daarvan zal een concreet voorstel, inclusief de kosten van het monument, worden gepresenteerd.

Lees ook;

Herdenking

Ook wil Van Alphen een jaarlijkse herdenking van de afschaffing van de slavernij in Den Haag. Hiervoor zal jaarlijks een bijdrage beschikbaar worden gesteld uit het budget voor integratie. De gemeente gaat binnenkort met de Afro-Surinaamse organisatie ‘Samen Sterk’ overleggen over de wijze waarop de jaarlijkse herdenking kan plaatsvinden en de financiële middelen die daarmee gemoeid zullen zijn.

,,Ik ben van mening dat een herdenking zich niet slechts moet beperken tot de Afro-Surinaamse en Antilliaanse samenleving, maar dat de totale Haagse samenleving hierbij betrokken moet worden’’, aldus Van Alphen.

Het oprichten van een permanent herdenkingscomité, zoals ook voorgesteld, vindt hij niet de verantwoordelijkheid van de gemeente. Wel is de wethouder bereid particuliere initiatieven te ondersteunen om tot een herdenkingscomité te komen. Voorwaarde is wel dat dit een afspiegeling is van de Haagse samenleving.

Keti Koti

Al in 2018 is door de gemeenteraad een motie aangenomen over de officiële herdenking en een monument ter nagedachtenis aan Keti Koti (afschaffing slavernij). Een onafhankelijke commissie is daar al die tijd mee bezig geweest. Er zijn onder meer gesprekken geweest met vertegenwoordigers van Haagse (Afrikaanse) gemeenschappen.

Den Haag krijgt vanaf 2023 herdenking en monument voor slavernijverleden

OmroepWest 06.01.2021 Den Haag krijgt een slavernijmonument. De bedoeling is dat het in 2023, tijdens de 160ste herdenking van de afschaffing van de Trans-Atlantische slavernij, wordt onthuld. Het Haagse centrum voor beeldende kunst Stroom is gevraagd om na te denken over een ontwerp, schrijft wethouder Bert van Alphen (GroenLinks) in een brief aan de gemeenteraad.

Over de komst van zo’n monument wordt in de Haagse politiek al jaren gediscussieerd. Eerder leek het erop dat het niet doorging omdat daarvoor ‘geen draagvlak’ zou bestaan. Toenmalig wethouder Rachid Guernaoui verklaarde ruim twee jaar geleden nog dat er ‘ruimte’ was voor een initiatief, maar dat niemand zich daadwerkelijk had gemeld om een monument te realiseren.

Tijdens een debat hierover in de Haagse raad, bleek echter dat een aantal organisaties en partijen wilden dat het er toch kwam. ‘Het gaat daarbij niet alleen om een monument, maar ook om duidelijk te maken wat voor stad wij willen zijn’, zei Gilberto Morishaw van de Bond voor Studenten Actie destijds. ‘Wij moeten ons verleden erkennen.’

Er is breed draagvlak voor

Guernaoui beloofde daarom dat er alsnog een onderzoek zou komen naar de haalbaarheid. Dat werd uitgevoerd door een commissie onder leiding oud-wethouder Rabin Baldewsingh. Die sprak met vertegenwoordigers van maatschappelijke en culturele organisaties én deskundigen. De conclusie was dat ‘in onze gemeente een breed draagvlak is voor een herdenkingsmonument en een daaraan gekoppelde jaarlijkse herdenking’.

‘Het monument en de herdenking zijn bedoeld voor de gehele Haagse samenleving’, schreef de adviescommissie. ‘Voor alle Hagenaars, ongeacht hun afkomst. Door gezamenlijk het verleden te kennen en te erkennen, kan er worden gewerkt aan een gezamenlijke verwerking daarvan.’

Het wordt geen ‘pompeus’ monument

Het slavernijmonument hoefde volgens de commissie ‘geen pompeus ruimtelijk monument’ te zijn, maar liever ‘een duidelijk zichtbare wandsculptuur ter markering van de rol die de stad Den Haag in de slavernij heeft vervuld’. Als voorbeeld werd het Joodse monument op het Rabbijn Maarsenplein gegeven. Het zou wel op een prominente plek moeten komen, bijvoorbeeld het Plein, Lange Voorhout of Paleistuin.

De huidige wethouder Van Alphen neemt de aanbevelingen van de commissie grotendeels over. Dat betekent dat er ook een jaarlijkse herdenking van de afschaffing van de slavernij in Den Haag komt. De gemeente gaat hiervoor geld beschikbaar stellen. Daarvoor wordt contact gezocht met de Afro-Surinaamse organisatie ‘Samen Sterk’, die nu ook al een herdenking organiseert. Die bijeenkomst moet wel breed worden, vindt de wethouder. ‘Het moet zich niet slechts beperken tot de Afro-Surinaamse en Antilliaanse samenleving, maar de totale Haagse samenleving moet hierbij worden betrokken.’

‘Dit is een gedeelde geschiedenis’

GroenLinks-raadslid Serpil Ates zette zich samen met PvdA-fractieleider Mikal Tseggai in voor de komst van het monument. Zij is blij dat het er nu ook komt. ‘Slavernij is een gedeelde geschiedenis van ons allen’, zegt zij. ‘Dat moeten we erkennen. Maar ook dat we het met z’n allen hebben afgeschaft. Het is een zwarte bladzijde uit onze geschiedenis, waar we lering uit kunnen trekken. Zo’n monument kan verbindend werken.’

Ook Tseggai zegt ‘superblij’ te zijn. ‘Ik denk dat 2020 ons heeft laten zien dat er in de maatschappij nog veel littekens zijn door ons koloniale verleden’, stelt zij. ‘Het is goed om daarop terug te blikken.’ Wel vindt Tseggai dat het monument er eerder moet komen dan in 2023. Zij gaat proberen ook de wethouder daarvan te overtuigen.

LEES OOK: Pleidooi voor slavernijmonumenten in Den Haag

Meer over dit onderwerp: SLAVERNIJ SLAVERNIJMONUMENT MIKAL TSEGGAI SERPIL ATES BERT VAN ALPHEN

Amsterdam onderzoekt slavernijgeschiedenis en kijkt of excuses nodig zijn

NU 20.12.2019 Amsterdam laat onderzoek uitvoeren naar de rol van de stad in de slavernijgeschiedenis. Hieruit zou moeten blijken of excuses op hun plaats zijn, zo laat de gemeente vrijdag weten na een initiatiefvoorstel van zeven partijen in de gemeenteraad.

Die eventuele excuses zouden tijdens de slavernijherdenking op 1 juli gemaakt moeten worden.

Volgens de politieke partijen is er te weinig aandacht geweest voor de “schaduwkanten” van de geschiedenis van de stad. “Steden als Londen en Liverpool hebben de afgelopen jaren al hun excuses aangeboden voor hun rol in de trans-Atlantische slavernij.”

Het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis (IISG) is gevraagd om het onderzoek uit te voeren. Hierbij wordt gekeken naar de slavernij in Azië en Noord- en Zuid-Amerika. De resultaten worden in juni verwacht.

Excuses zijn voor zover bekend nog niet eerder volmondig gemaakt in Nederland. De Rotterdamse burgemeester Ahmed Aboutaleb heeft de regering dit jaar en vorig jaar opgeroepen om zich te verontschuldigen.

Lees meer over: Amsterdam  Binnenland

Amsterdams bestuur begint onderzoek naar slavernijverleden

Telegraaf 20.12.2019 Het Amsterdamse stadsbestuur laat volgend jaar onderzoek doen naar de rol van de hoofdstad in het slavernijverleden. Hiertoe heeft het college van burgemeester en wethouders deze week besloten, nadat een meerderheid in de gemeenteraad hier eerder dit jaar om had gevraagd.

Het onderzoek wordt gedaan door het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis. De gemeente verwacht de resultaten in juni.

BEKIJK OOK: 

Amsterdam overweegt excuses slavernijverleden 

De onderzoekers kijken vooral naar de rol van het Amsterdamse stadsbestuur in de slavernij in Azië, Noord- en Zuid-Amerika. Veertig auteurs werken mee aan een bundel met artikelen die uiteindelijk meer inzicht in de geschiedenis moeten geven. Aan de hand van de uitkomsten bepaalt het stadsbestuur of het excuses gaat maken voor de rol van Amsterdam in de slavernij.

Zeven partijen in de raad hadden voorgesteld dit te doen tijdens de jaarlijkse herdenking van de afschaffing van de slavernij op 1 juli. Eerder zei verantwoordelijk wethouder Rutger Groot Wassink (GroenLinks) dat hij hier welwillend tegenover staat, maar wel eerst wil weten waar de stad precies verantwoordelijk voor is geweest.

De gemeente wil Amsterdammers betrekken bij het onderzoek en organiseert daarom een aantal keer een maatschappelijk debat over het slavernijverleden.

BEKIJK MEER VAN; sociale wetenschappen Rutger Groot Wassink Amsterdam Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis

Amsterdam onderzoekt slavernijverleden: eerste stap naar excuses?

AD 20.12.2019 Het Amsterdamse college zet een eerste stap naar excuses voor het slavernijverleden. Onderzoekers bekijken welke rol de stad precies speelde in de slavenhandel. Dit kan de opmaat zijn voor formele verontschuldigingen op 1 juli.

Het Internationaal Instituut voor Sociale ­Geschiedenis (IISG) in Amsterdam gaat onderzoeken op welke manier Amsterdamse stads­bestuurders de ‘aard en de omvang van Nederlandse betrokkenheid bij de wereldwijde slavernij hebben beïnvloed’, schrijft wethouder Rutger Groot Wassink (GroenLinks) vrijdag in een brief aan de gemeenteraad. Ook wordt gekeken naar de opvattingen en het beleid van het toenmalige stadsbestuur.

De opdracht is het gevolg van een initiatiefvoorstel dat deze zomer is ingediend door Denk, Bij1, GroenLinks, D66, PvdA, ChristenUnie en de SP. Zij droegen de gemeente op voorbereidingen te treffen voor excuses voor het slavernij­verleden. Als het aan deze partijen ligt, worden die uitgesproken op 1 juli 2020 tijdens Keti Koti, de herdenking van de afschaffing van de slavernij. Het zou een historisch moment zijn: ­Amsterdam is dan de eerste gemeente in Nederland die dit doet.

Risico van schadeclaims?

Groot Wassink zet het onderzoek in gang, maar wil nog niet garanderen dat de gemeente daadwerkelijk excuses zal aanbieden, zelfs als uit het onderzoek blijkt dat Amsterdam inderdaad een voorname rol heeft gespeeld in de slaven­handel. “We gaan eerst de balans opmaken en dan kijken of het passend is excuses te maken en hoe we dat gaan doen.” Hij zegt wel dat het college welwillend is over het voorstel van de raadsmeerderheid.

Juristen van de gemeente onderzoeken of ­excuses kunnen leiden tot schadeclaims. Groot Wassink: “We willen alles scherp hebben.”

Als Amsterdam excuses uitspreekt, zal dat zijn voor de rol van de gemeente en niet voor de ­betrokkenheid van individuele Amsterdammers. Volgens de Leidse historicus Karwan ­Fatah-Black heeft het toenmalige stadsbestuur een prominente rol gespeeld in het slavernij­verleden. Hij deed onderzoek naar de Sociëteit van Suriname, die de slavenhandel opzette. Amsterdam was voor een derde eigenaar hiervan.

Essaybundel

Een commissie onder leiding van oud-wethouder Andrée van Es, net als Groot Wassink van GroenLinks, zal de onderzoekers begeleiden. In deze commissie zitten onder anderen Bert de Vries, directeur van het Stadsarchief, Gert Oostindie, directeur van het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde, antropoloog Gloria Wekker en historicus Leo Lucassen.

Het onderzoek wordt in juni gepubliceerd in een essaybundel. Volgens Groot Wassink is dat op tijd voor eventuele excuses op 1 juli.

Uitstekend op de hoogte

Dat Amsterdam een prominente rol heeft gespeeld in het slavernijverleden, kwam eerder dit jaar al naar boven in een studie van de Leidse historicus Karwan Fatah-Black (38). Hij publiceerde een boek over de Sociëteit van Suriname, de spil van de Amsterdamse betrokkenheid.

De gemeente was een van de drie eigenaren van deze Sociëteit, het bedrijf dat tussen 1683 en 1795 Suriname bestierde en daar een begin maakte met de handel in tot slaaf gemaakten die op de plantages moesten werken.

De Amsterdamse bestuurders, onder wie burgemeesters, waren volgens Fatah-Black uitstekend op de hoogte. Het besluit om Afrikanen naar Suriname te verschepen was zonder verdere discussie genomen, blijkt uit de notulen.

Kabinet: ‘Diepe spijt en berouw’

Het kabinet is tot nu toe niet verder gekomen dan ‘diepe spijt en berouw’ over het slavernijverleden. ‘Het kabinet kan de tijd niet terugdraaien, maar betreurt het ten zeerste dat slaver­nij onderdeel uitmaakt (sic) van onze gezamenlijke geschiedenis,’ schreef minister Kajsa Ollongren eerder dit jaar in een Kamerbrief.

De ‘diepe spijt en berouw’ die ze in dezelfde brief uitsprak is geen excuus, maar wel een klein stapje verder dan de woorden die toenmalig minister Roger van Boxtel uitsprak in 2001.

Het kabinet had destijds ‘diepe spijt, neigend naar berouw.’

Burgemeester Ahmed Aboutaleb van Rotterdam deed in 2018 al een oproep tot nationale excuses. In de Tweede Kamer vroeg Denk om een brief van het kabinet over de excuses.

In het buitenland hebben overheden al excuses aangeboden voor het slavernijverleden: Liverpool, Londen, Benin, Ghana, de Amerikaanse Senaat. In Nederland bood de Raad van Kerken in 2013 excuses aan.

 

Paleistuinen Den Haag Foto: Facebook

‘Het is tijd voor een slavernijmonument in Den Haag’

IdB 02.12.2019 Kan dat, een huwelijk tussen een ‘vrijgemaakte zwarte vrouw’ en een plantage-eigenaar? Dit soort bizarre vraagstukken waren er, in de tijd dat er slavernij was. Den Haag moet ook een slavernijmonument krijgen, vindt de Commissie Slavernijverleden, en het liefst in de Paleistuin.

De rol die Den Haag speelde in het slavernijverleden moet je niet onderschatten: onze stad heeft een groot koloniaal verleden. Den Haag speelde al vanaf de 17de eeuw een centrale rol in de totstandkoming, de handhaving en dus ook de afschaffing in 1863 van de slavernij (die trouwens heel traag ging).

 

Een Haagse familie met op de achtergrond een slaaf. Foto: Haags Historisch Museum

Paleistuin

De Commissie Slavernijverleden is duidelijk: Den Haag moet daarom net als Amsterdam een slavernijmonument krijgen. Zelf denken ze aan de Paleistuin als locatie van het monument. Maar ook het Lange Voorhout en het Plein worden genoemd als goede centrale plekken. Ook vinden zij een officiële herdenkingsdag passend: dit zou 30 juni of 1 juli moeten worden.

Breed draagvlak voor slavernijmonument

Den HaagFM 01.12.2019 Er is in Den Haag een breed draagvlak voor een herdenkingsmonument slavernijverleden én voor een jaarlijkse herdenking. Dat concludeert de Commissie Slavernijverleden Den Haag in haar adviesrapport .

“Daarmee wordt nadrukkelijk aandacht gevraagd voor dit ongemakkelijke en beladen thema in onze gemeenschappelijke geschiedenis. Het monument en de herdenking zijn daarom bedoeld voor de gehele Haagse samenleving, voor alle Hagenaars, ongeacht hun afkomst. Door het gezamenlijk verleden te kennen en te erkennen, kan er worden gewerkt aan een gezamenlijke verwerking daarvan”, schrijft de adviescommissie onder voorzitterschap van oud-wethouder Rabin Baldewsingh.

Het stadsbestuur riep in februari een onafhankelijke commissie in het leven onder leiding van oud-wethouder Rabin Baldewsingh. Dat gebeurde nadat de gemeenteraad een motie over dit onderwerp had aangenomen.

De adviescommissie stelt nu als data voor herdenking en viering ook respectievelijk 30 juni en 1 juli 2020 voor.

Paleistuin krijgt mogelijk slavernijmonument: ‘Wandsculptuur voor Haagse rol in slavernij’

AD 30.11.2019 Den Haag moet een slavernijmonument krijgen, het liefst op een prominente locatie in de stad die gekoppeld is aan het koloniale verleden. Voorstanders van een dergelijk herinneringsmonument noemen het Plein en Lange Voorhout als geschikte locaties. Een commissie die in de afgelopen maanden onderzoek heeft gedaan naar het draagvlak van zo’n monument  suggereert de Paleistuin als mogelijke plek.

Of zo’n monument er daadwerkelijk komt, hangt af van de wil van de gemeente. Een onafhankelijke commissie onder leiding van oud-wethouder Baldewsingh heeft in opdracht van de raad sinds februari van dit jaar gesprekken gevoerd met diverse Haags-Afrikaanse gemeenschappen over de wenselijkheid van een monument. Ook is onderzoek gedaan naar een jaarlijkse herdenking en viering van de afschaffing van de slavernij. Vrijdagavond heeft de commissie haar advies gepresenteerd aan wethouder Bert van Alphen (integratie).

Lees ook;

Wie het Centraal Station verlaat, wordt van twee kanten ‘gepakt’

Lees meer

Bijzondere Suriname-tentoonstelling voelt aan alsof je midden in het land staat

Bijzondere Suriname-tentoonstelling voelt aan alsof je midden in het land staat

Lees meer

De voorkeur gaat uit naar een duidelijk zichtbare wandsculp­tuur

Adviesnota

Uit gesprekken die de commissie heeft gevoerd met vertegenwoordigers van Haags-Afrikaanse organisaties, blijkt dat er geen behoefte is aan een pompeus monument. ‘De voorkeur gaat uit naar een duidelijk zichtbare wandsculptuur ter markering van de rol die de stad Den Haag in de slavernij heeft vervuld’, aldus de adviesnota. Het Joodse monument aan het Rabbijn Maarsenplein kan daarbij als voorbeeld dienen.

Manifestatie

De presentatie van een ontwerp voor het monument zou al in 2020 gekoppeld kunnen worden aan de herdenking van het trans-Atlantische slavernijverleden, een dag later gevolgd door een manifestatie, aldus de commissie. Behalve een jaarlijkse herdenking en viering, respectievelijk op 30 juni en 1 juli, zou er om de vijf jaar een grote manifestatie moeten komen.

Een andere aanbeveling van de commissie is om besturen van het Haagse onderwijs te verzoeken lesbrieven te ontwikkelen over het onderwerp. Ook Haagse musea en erfgoedinstellingen kunnen een rol spelen in de bewustwording rond het slavernijverleden.

De commissie vraagt de gemeente jaarlijks 250.000 euro vrij te maken voor alle activiteiten. Dat bedrag is exclusief de realisatie van een monument.

Advies: Den Haag moet slavernijmonument krijgen

OmroepWest 20.11.2019 Den Haag moet een slavernijmonument en een jaarlijkse herdenking van de afschaffing van de slavernij krijgen. Ook moet er een lesprogramma komen voor alle Haagse scholieren en studenten. Zo luidt de aanbeveling van een onafhankelijke adviescommissie die dit heeft onderzocht.

Het advies is in handen van Omroep West !!

De onafhankelijke adviescommissie onder leiding van oud-wethouder Rabin Baldewsingh (PvdA) was op zoek naar draagvlak voor een monument in Den Haag. Daarbij werd gekeken naar een jaarlijkse viering of herdenking en hoe de andere erfgoedvieringen van migranten in de stad hieraan verbonden zouden kunnen worden.

De commissie is in het leven geroepen door het stadsbestuur van Den Haag, nadat raadsleden Serpil Ates (GroenLinks) en Mikal Tseggai (PvdA) hadden gevraagd om in gesprek te gaan met organisaties over ‘een goede haalbare invulling voor de herdenking van (de afschaffing van) de slavernij’.

Dit voorstel werd aangenomen, terwijl de verderstrekkende moties van Tseggai – om jaarlijks een officiële slavernijherdenking te houden en een om een permanent slavernijmonument op te richten – het niet haalden.

‘Breed draagvlak’

Opvallend is dat eind vorig jaar toenmalig wethouder Rachid Guernaoui (Hart voor Den Haag/Groep de Mos, Integratie) er destijds op wees dat er diverse keren overleg is geweest met vertegenwoordigers van de Afro-gemeenschappen in Den Haag over een herdenkingsmonument. Maar volgens hem was de belangstelling daarvoor steeds niet groot.

 Mikal Tseggai@MikalTseggai

Voor een slavernijmonument in #DenHaag was volgens @@RachidG⁩ ‘geen draagvlak’. Vandaag kwam deze kleurrijke groep vrouwen het tegendeel bewijzen! Zij deden hun verhaal en spraken in bij #raad070. Bedankt voor de steun, ook aan @@LeviOmmen⁩en @@bertmangil⁩!💪🏽

18:21 – 20 dec. 2018  Andere Tweets van Mikal Tseggai bekijken

Uit de gesprekken die de adviescommissie heeft gevoerd, blijkt dat ‘er in onze gemeente een breed draagvlak is voor een herdenkingsmonument en een daaraan gekoppelde jaarlijkse herdenking’. De adviescommissie heeft gesproken met vertegenwoordigers van maatschappelijke en culturele organisaties die zich bij dit onderwerp betrokken voelen. Daarnaast is er gesproken met een groep deskundigen uit het hele land. Hun inbreng is ook meegenomen in het advies.

Wandsculptuur

‘Het monument en de herdenking zijn bedoeld voor de gehele Haagse samenleving’, schrijft de adviescommissie. ‘Voor alle Hagenaars, ongeacht hun afkomst. Door gezamenlijk het verleden te kennen en te erkennen, kan er worden gewerkt aan een gezamenlijke verwerking daarvan.’

Het slavernijmonument hoeft volgens de commissie ‘geen pompeus ruimtelijk monument’ te zijn, maar liever ‘een duidelijk zichtbare wandsculptuur ter markering van de rol die de stad Den Haag in de slavernij heeft vervuld’. Als voorbeeld wordt het Joodse monument op het Rabbijn Maarsenplein gegeven. Omdat er in Amsterdam al een Nationaal Herdenkingsmonument is, is het de bedoeling dat de herdenkingsplek in Den Haag een lokaal herdenkingsmonument wordt.

Plein, Lange Voorhout of Paleistuin

De adviescommissie heeft ook al nagedacht over de plek waar het monument zou moeten worden geplaatst. In elk geval moet het ‘een prominente locatie in Den Haag zijn, die gekoppeld is aan het koloniaal verleden’. In de gesprekken die de commissie heeft gevoerd, werden onder andere het Plein en het Lange Voorhout genoemd. De commissie vindt zelf de Paleistuin een goede plek.

In de ideale situatie zou de sculptuur in 2020 moeten worden gepresenteerd. Zo kan de presentatie in dit jaar samenvallen met de herdenking van het slavernijverleden. Het liefst zou de commissie zien dat de dag na de presentatie van de sculptuur er een manifestatie plaatsvindt. Deze manifestatie moet elke vijf jaar worden gehouden. Hier is nog geen datum voor bedacht.

30 juni herdenking, 1 juli viering

Voor de herdenking van de slavernij en de viering van de afschaffing zijn wel al data voorgesteld: 30 juni (herdenking) en 1 juli (viering). Voor deze data is gekozen omdat het tussen andere herdenkingsmomenten valt, waar ook wordt stilgestaan bij de koloniale geschiedenis.

Het gaat binnen die koloniale context om vijf historische momenten: 5 juni (Hindoestaanse Immigratie), 1 juli (afschaffing slavernij), 9 augustus (Javaanse Immigratie), 15 augustus (bevrijding Nederlands-Indië) en 17 augustus (Tula, herdenking van de Curaçaose verzetsstrijder).

De vieringen en herdenkingen van deze vijf momenten moeten in de toekomst onder de coördinatie van een nieuw lokaal herdenkingscomité komen te vallen, die ook de herdenking van de slavernij en de viering van de afschaffing organiseren. De voorzitter van het comité zou standaard de burgemeester van Den Haag moeten zijn.

Geschiedenislessen op scholen over slavernijverleden

Om zoveel mogelijk mensen bij de herdenking en de viering te betrekken, wordt voorgesteld om ‘een breed en goed opgezet educatief en cultureel programma’ te bedenken, ‘dat met name, maar zeker niet exclusief, is gericht op jongeren’, schrijft de adviescommissie.

‘In dit programma zou het verhaal van het slavernijverleden en de koloniale geschiedenis in openheid moeten en kunnen groeien en als ‘verborgen en ongemakkelijke geschiedenis’ uit de schaduw worden gehaald, om uiteindelijk een eigen en niet beladen, vaste plek in het collectief geheugen te verwerven. Het gaat om het gedeelde verleden, maar vooral ook om de gezamenlijke toekomst.’

Hierbij moeten alle openbare bibliotheken in Den Haag en alle Haagse scholen van het primair, voortgezet en hoger onderwijs meedoen. Op de Haagse scholen moeten scholieren en studenten tijdens de geschiedenislessen kennismaken met de geschiedenis van de slavernij. Om dat voor elkaar te krijgen moeten er lesbrieven worden ontwikkeld. Ook Haagse musea en erfgoedinstellingen, zoals het Haags Historisch Museum, het Haags Gemeentearchief en het Museon, moeten hierin een rol van betekenis vervullen.

Nationale aandacht

De hoop is dat met al deze aanbevelingen – als deze door het stadsbestuur worden overgenomen – het programma rondom de herdenking en de viering een landelijke uitstraling krijgt, ‘waaraan ook in de nationale media aandacht wordt gegeven’. Volgens de commissie is hier een structureel budget voor nodig, dat een groei kent naar het jaar 2023, want dan is het 160 jaar geleden dat de slavernij is afgeschaft.

De commissie denkt aan een structureel bedrag van een kwart miljoen euro. Dat is overigens exclusief de kosten voor het herdenkingsmonument. Wat het kunstwerk mag kosten, heeft de commissie niet aan het stadsbestuur voorgeschreven.

Het eindadvies wordt binnenkort aangeboden aan wethouder Bert van Alphen (GroenLinks, Emancipatie).

LEES OOK: ‘Stad Den Haag moet excuses aanbieden voor slavernijverleden’

Meer over dit onderwerp: DEN HAAG SLAVERNIJ SLAVERNIJMONUMENT LINK IN BIO

Voormalige warenhuis Maison de Bonneterie wint monumentenprijs 2016

Foto: Richard Mulder

Monument

Het voormalige warenhuis Maison de Bonneterie is winnaar geworden van de Haagse Monumentenprijs 2016.

Het gebouw werd in 1913 gebouwd en ontworpen door architect Alphons Jacot. In 2014 sloot het modehuis zijn Haagse winkel.

zie ook: Haagse Maison de Bonneterie sluit de deur op 25.08.2014

zie ook:  Het einde van Maison de Bonneterie in het Haagse centrum

Maison de Bonneterie wint Haagse Monumentenprijs

AD 07.02.2017 Het voormalige warenhuis Maison de Bonneterie is de winnaar van de Haagse Monumentenprijs 2016. Dat maakte wethouder Joris Wijsmuller vandaag bekend.

Hagenaren konden stemmen op een monument dat als beste is gerestaureerd of herbestemd. 

De twee andere genomineerden waren het voormalige luchthavencomplex Ypenburg, nu een kantoorverzamelgebouw, en het voormalige ‘Nederlandsche Sportpark’ aan de Theresiastraat. Dat laatste gebouw is oorspronkelijk gebouwd als een sportgebouw en daarna gebruikt als manege, autoshowroom en sportschool. Onlangs is het verbouwd tot supermarkt.

Het gebouw tijdens de laatste dagen van Maison de Bonneterie (Foto: Richard Mulder)

Maison de Bonneterie winnaar Haagse monumentenprijs 2016

RTVWEST 07.02.2017 Het voormalige warenhuis Maison de Bonneterie is winnaar geworden van de Haagse Monumentenprijs 2016. Het gebouw werd in 1913 gebouwd en ontworpen door architect Alphons Jacot.

Hagenaars konden eind 2016 stemmen op drie monumenten. Het thema van dit jaar was herbestemming. De meeste stemmen vielen dus op Maison de Bonneterie, dat nu als filiaal van kledingwinkel H&M door het leven gaat.

Het gebouw in 1975 (Foto: gemeente Den Haag / Robert Scheers)

De twee monumenten die net naast de hoofdprijs grepen, zijn het voormalige luchthavencomplex Ypenburg uit 1935 en het voormalige Nederlandsche Sportpark in de Theresiastraat 145. Deze laatste werd ooit gebouw als sportgebouw, daarna gebruikt als manege en ook als autoshowroom. Inmiddels is het een supermarkt.

De koepel van binnenuit (Foto: gemeente Den Haag / Dick Valentijn)

LEES OOK: 

Meer over dit onderwerp: MAISON DE BONNETERIE DEN HAAG

Voormalig Maison de Bonneterie wint Monumentenprijs 2016

Den HaagFM 07.02.2017 Het voormalige warenhuis Maison de Bonneterie is de winnaar van de Haagse Monumentenprijs 2016. Hagenaars konden zelf bepalen welk monument de prijs verdient.

Naast het winkelpand aan de Gravenstraat waren ook het voormalige luchthavencomplex Ypenburg aan Ilsyplantsoen en het voormalige ‘Nederlandsche Sportpark’ in de Theresiastraat genomineerd. Het thema van de verkiezing dit jaar was ‘herbestemming’; het geven van een andere bestemming aan een bestaand pand om leegstand en sloop te voorkomen.

Het modepaleis Maison de Bonneterie werd begin vorige eeuw ontworpen door architect Alphons Jacot. In 2014 sloot het modehuis zijn Haagse winkel. Het gebouw hield wel een mode-bestemming, als filiaal van de internationale modeketen H&M.…lees meer

Monument op Haagse begraafplaats Westduin

Monument op begraafplaats voor slachtoffers geweld

RTVWEST 14.05.2010DEN HAAG – De algemene begraafplaats Westduin in Den Haag krijgt als eerste in Nederland een speciaal monument voor slachtoffers van geweld. De onthulling van het object vindt vrijdagavond plaats.

De onthulling van het monument is niet voor niets op 14 mei. Het is dan exact tien jaar geleden dat Alan Roos en Daan de Blok werden vermoord in Loosduinen. Het monument is tot stand gekomen op initiatief van de familie, verschillende stichtingen en de gemeente Den Haag.

De initiatiefnemers hebben meerdere gemeentes in het land aangeschreven, in de hoop dat op meer begraafplaatsen dergelijke monumenten komen.

Motief onbekend

Alan Roos was 31 jaar toen hij en zijn maat Daan de Blok werden doodgeschoten na een avond stappen. Niet lang na de moord werden twee mannen opgepakt, waarvan later bleek dat zij vader en zoon waren.

De twee kregen twintig en twaalf jaar cel voor de dubbelmoord. Het motief van de twee is nooit opgehelderd.

‘Geweld eindigt, waar respect begint.’

Referendum Toekomst Amerikaanse ambassade

Bekijk op de kaart 

VVD wil referendum over ambassade VS

RTVWEST 08.01.2010  –  DEN HAAG – De Haagse VVD-fractie wil een referendum organiseren over de toekomst van de Amerikaanse ambassade. PvdA-wethouder Norder besloot in december dat het pand aan het Lange Voorhout na de verhuizing op de gemeentelijke monumentenlijst komt.

Hij deed dat na een peiling onder de bevolking. De Haagse fractie vindt de peiling echter te beperkt, want er deden maar 413 mensen mee. 

De VVD wil dat met behulp van een referendum wordt gemeten wat de gehele Haagse bevolking vindt van het plan. De VVD in De Haag ziet overigens liever dat het pand gesloopt wordt.

Zie ook:

Korte Voorhout anno 1980 met Amerikaanse en Franse Ambassade

Korte Voorhout anno 1880 met hotel Paulez.

Amerikaanse Ambassade monumentenstatus  –  2

Amerikaanse ambassade – monumentenstatus  –  1

Verplaatsing Amerikaanse ambassade VS gaat beginnen

Doodencel 601 Oranjehotel Scheveningen wordt monument

Doodencel 601 wordt monument

RTVWEST 10.12. 09  –  DEN HAAG – Doodencel 601 in het voormalig Oranjehotel in Scheveningen wordt een monument. Burgemeester en wethouders hebben de procedure hiervoor in gang gezet.

Doodencel 601 aan de Van Alkemadelaan behoort tot de cellen waarin tijdens de Tweede Wereldoorlog ter dood veroordeelde verzetslieden wachtten op hun executie. Het cellencomplex kreeg al snel de bijnaam Oranjehotel.

Het deel van de Penitentiaire Inrichting Haaglanden waar de Doodencel 601 bij hoort, gaat binnenkort dicht. Stichting Oranjehotel heeft het college daarom gevraagd om steun voor het behoud van deze plek. Met succes: Doodencel 601 wordt op de gemeentelijke monumentenlijst geplaatst.

Amerikaanse Ambassade monumentenstatus

Amerikaanse Ambassade den Haag org

Amerikaanse ambassade krijgt monumentenstatus

dinsdag 8 december 09 RTVWEST  –  DEN HAAG – De Amerikaanse ambassade aan het Lange Voorhout in Den Haag blijft behouden.

Het Haagse college van burgemeester en wethouders heeft dinsdag besloten om het gebouw van architect Marcel Breuer op de beschermde monumentenlijst te plaatsen. Dat betekent dat de ambassade niet gesloopt zal worden als de Amerikanen over een paar jaar naar Wassenaar zijn verhuist.

De drie VVD-wethouders stemden tegen, zij zien het gebouw liever gesloopt. Maar een meerderheid van het college stemde uiteindelijk voor de monumentenstatus. Volgens het college heeft het pand een grote historische waarde.

Verdeeldheid

Collegepartij VVD is fel tegen het behoud van het gebouw en wil het laten slopen omdat het niet in de stad zou passen. VVD-raadslid De Liefde noemt de ambassade zelfs een ‘historische vergissing’. Hij legt zich niet neer bij het collegebesluit en heeft een debat in de gemeenteraad aangekondigd. 

De andere collegepartijen PvdA en GroenLinks zijn juist tevreden over de beslissing. Zij vinden dat de ambassade behouden moet blijven voor de stad vanwege de historische waarde. 

Toekomst Amerikaanse ambassade zorgt voor verdeeldheid

Ambassadegebouw VS wordt monument

Trouw 08.12.09  Het omstreden gebouw van de Amerikaanse ambassade aan het Lange Voorhout in Den Haag wordt niet gesloopt.

Het krijgt, zodra de ambassade is verhuisd naar Wassenaar, een plaats op de gemeentelijke monumentenlijst. Dat heeft het college van burgemeester en wethouders dinsdag besloten.

Over het lot van het vijftig jaar oude ambassadegebouw zijn de meningen zeer verdeeld. Sommige Hagenaars vinden het pand afzichtelijk, terwijl anderen er grote architectonische en historische waarde aan toekennen. Oud-directeur Wim van Krimpen van het Gemeentemuseum pleitte er eerder dit jaar voor in het gebouw een museum te vestigen.

Gerelateerde berichten