Tagarchief: Herdenkingsmonument

Het Haagse Slavernijmonument

Wandsculptuur ter herdenking

‘Het monument en de herdenking zijn bedoeld voor de gehele Haagse samenleving’, schrijft de adviescommissie. ‘Voor alle Hagenaars, ongeacht hun afkomst.

Door gezamenlijk het verleden te kennen en te erkennen, kan er worden gewerkt aan een gezamenlijke verwerking daarvan.’

AD 07.01.2021

AD 30.11.2019

Het slavernijmonument hoeft volgens de commissie ‘geen pompeus ruimtelijk monument’ te zijn, maar liever ‘een duidelijk zichtbare wandsculptuur ter markering van de rol die de stad Den Haag in de slavernij heeft vervuld’.

Als voorbeeld wordt het Joodse monument op het Rabbijn Maarsenplein gegeven.

Omdat er in Amsterdam al een Nationaal Herdenkingsmonument is, is het de bedoeling dat de herdenkingsplek in Den Haag een lokaal herdenkingsmonument wordt.

Het Haagse PvdA-raadslid Mikal Tseggai had vragen gesteld aan het stadsbestuur. ‘Zou het niet mooi zijn als juist Den Haag, de stad van Vrede en Recht, zich hard zou maken voor een officiele herdenking’, vertelde ze eerder aan mediapartner Den Haag FM. Ook wilde ze kijken of er een Haags slavernijmonument in Den Haag kan komen.

De Haagse CDA-fractie maakte eind september 2013 bekend dat zij zich willen inzetten voor een slavernijmonument. CDA-gemeenteraadslid Mitra Rambaran is een van de initiatiefnemers. Het monument zou in het Zuiderpark moeten komen.

LEES OOK: Norder: Slavernijmonument past bij Den Haag

Zie ook: Werelderfgoeddagen Slavernijverleden in Den Haag 11, 12 en 13 september 2015

Zie ook: Demonstratie 15.02.2015 Nationale Herdenking Slavernijverleden op het Haagse Plein

Zie ook: Tentoonstelling ‘Verbreek de ketenen’ 150 jaar afschaffing van de slavernij

Rabin Baldewsingh blij en kritisch over de komst slavernijmonument

Den HaagFM 07.01.2020 Rabin Baldewsingh, oud-wethouder van de Partij voor de Arbeid in de gemeente, is blij en kritisch over de komst van het slavernijmonument. Hij deed onderzoek naar de haalbaarheid van het idee en diende zijn bevindingen vorig jaar in. Het college heeft woensdag bepaald dat het monument er komt. ‘Dat is goed nieuws, maar waarom pas in 2023?’

De komst van het monument wordt over de huidige collegeperiode heen getild. Dat zorgt bij Baldewsingh voor zorgen. ‘Waarom duurt het zo lang? Waarom moet het monument pas in 2023 komen?’, vraagt de oud-wethouder zich af. Hij heeft een nare bijsmaak gekregen na het debacle rondom het migratiemuseum, dat eerst ook werd goedgekeurd, maar door het volgende college werd teruggedraaid. ‘Uitstellen zorgt voor onzekerheden.’

Een tweede kritische noot van Baldewsingh is dat het advies om een comité aan te stellen van tafel is geveegd. ‘Het moet voor de hele stad zijn. Laat er dan ook een comité zijn die het proces begeleid. Maar dat wil het college niet. Zij zeggen: “Als de doelgroep het wil, moeten ze het regelen”, maar dan duw je dit initiatief weer in de etnische hoek.’

Dus roept de oud-wethouder op: realiseer het in deze collegeperiode. “Laat er nu actie zijn. Zelfs Hoofddorp heeft een monument. En overweeg nogmaals de komst van een comité, zodat het een monument van de stad Den Haag wordt en niet van één etnische groep. Het is onze gedeelde geschiedenis.’

Den Haag krijgt een slavernijmonument: ‘Door te herdenken, staan we stil bij onze geschiedenis’

AD 07.01.2021 Den Haag krijgt over twee jaar een eigen slavernijmonument. In 2023 vindt ook de 160ste herdenking van de afschaffing van de Trans-Atlantische slavernij plaats. ,,In mijn ogen een mooi moment voor de oprichting van een Haags herdenkingsmonument, waar velen in de stad naar streven’’, aldus de Haagse wethouder Bert van Alphen.

,,Door te herdenken en te vieren, staan wij stil bij onze geschiedenis”, legt hij uit. STROOM, het Haags centrum voor beeldende kunst, is verzocht de mogelijkheden te onderzoeken voor het oprichten van een monument. Aan de hand daarvan zal een concreet voorstel, inclusief de kosten van het monument, worden gepresenteerd.

Lees ook;

Herdenking

Ook wil Van Alphen een jaarlijkse herdenking van de afschaffing van de slavernij in Den Haag. Hiervoor zal jaarlijks een bijdrage beschikbaar worden gesteld uit het budget voor integratie. De gemeente gaat binnenkort met de Afro-Surinaamse organisatie ‘Samen Sterk’ overleggen over de wijze waarop de jaarlijkse herdenking kan plaatsvinden en de financiële middelen die daarmee gemoeid zullen zijn.

,,Ik ben van mening dat een herdenking zich niet slechts moet beperken tot de Afro-Surinaamse en Antilliaanse samenleving, maar dat de totale Haagse samenleving hierbij betrokken moet worden’’, aldus Van Alphen.

Het oprichten van een permanent herdenkingscomité, zoals ook voorgesteld, vindt hij niet de verantwoordelijkheid van de gemeente. Wel is de wethouder bereid particuliere initiatieven te ondersteunen om tot een herdenkingscomité te komen. Voorwaarde is wel dat dit een afspiegeling is van de Haagse samenleving.

Keti Koti

Al in 2018 is door de gemeenteraad een motie aangenomen over de officiële herdenking en een monument ter nagedachtenis aan Keti Koti (afschaffing slavernij). Een onafhankelijke commissie is daar al die tijd mee bezig geweest. Er zijn onder meer gesprekken geweest met vertegenwoordigers van Haagse (Afrikaanse) gemeenschappen.

Den Haag krijgt vanaf 2023 herdenking en monument voor slavernijverleden

OmroepWest 06.01.2021 Den Haag krijgt een slavernijmonument. De bedoeling is dat het in 2023, tijdens de 160ste herdenking van de afschaffing van de Trans-Atlantische slavernij, wordt onthuld. Het Haagse centrum voor beeldende kunst Stroom is gevraagd om na te denken over een ontwerp, schrijft wethouder Bert van Alphen (GroenLinks) in een brief aan de gemeenteraad.

Over de komst van zo’n monument wordt in de Haagse politiek al jaren gediscussieerd. Eerder leek het erop dat het niet doorging omdat daarvoor ‘geen draagvlak’ zou bestaan. Toenmalig wethouder Rachid Guernaoui verklaarde ruim twee jaar geleden nog dat er ‘ruimte’ was voor een initiatief, maar dat niemand zich daadwerkelijk had gemeld om een monument te realiseren.

Tijdens een debat hierover in de Haagse raad, bleek echter dat een aantal organisaties en partijen wilden dat het er toch kwam. ‘Het gaat daarbij niet alleen om een monument, maar ook om duidelijk te maken wat voor stad wij willen zijn’, zei Gilberto Morishaw van de Bond voor Studenten Actie destijds. ‘Wij moeten ons verleden erkennen.’

Er is breed draagvlak voor

Guernaoui beloofde daarom dat er alsnog een onderzoek zou komen naar de haalbaarheid. Dat werd uitgevoerd door een commissie onder leiding oud-wethouder Rabin Baldewsingh. Die sprak met vertegenwoordigers van maatschappelijke en culturele organisaties én deskundigen. De conclusie was dat ‘in onze gemeente een breed draagvlak is voor een herdenkingsmonument en een daaraan gekoppelde jaarlijkse herdenking’.

‘Het monument en de herdenking zijn bedoeld voor de gehele Haagse samenleving’, schreef de adviescommissie. ‘Voor alle Hagenaars, ongeacht hun afkomst. Door gezamenlijk het verleden te kennen en te erkennen, kan er worden gewerkt aan een gezamenlijke verwerking daarvan.’

Het wordt geen ‘pompeus’ monument

Het slavernijmonument hoefde volgens de commissie ‘geen pompeus ruimtelijk monument’ te zijn, maar liever ‘een duidelijk zichtbare wandsculptuur ter markering van de rol die de stad Den Haag in de slavernij heeft vervuld’. Als voorbeeld werd het Joodse monument op het Rabbijn Maarsenplein gegeven. Het zou wel op een prominente plek moeten komen, bijvoorbeeld het Plein, Lange Voorhout of Paleistuin.

De huidige wethouder Van Alphen neemt de aanbevelingen van de commissie grotendeels over. Dat betekent dat er ook een jaarlijkse herdenking van de afschaffing van de slavernij in Den Haag komt. De gemeente gaat hiervoor geld beschikbaar stellen. Daarvoor wordt contact gezocht met de Afro-Surinaamse organisatie ‘Samen Sterk’, die nu ook al een herdenking organiseert. Die bijeenkomst moet wel breed worden, vindt de wethouder. ‘Het moet zich niet slechts beperken tot de Afro-Surinaamse en Antilliaanse samenleving, maar de totale Haagse samenleving moet hierbij worden betrokken.’

‘Dit is een gedeelde geschiedenis’

GroenLinks-raadslid Serpil Ates zette zich samen met PvdA-fractieleider Mikal Tseggai in voor de komst van het monument. Zij is blij dat het er nu ook komt. ‘Slavernij is een gedeelde geschiedenis van ons allen’, zegt zij. ‘Dat moeten we erkennen. Maar ook dat we het met z’n allen hebben afgeschaft. Het is een zwarte bladzijde uit onze geschiedenis, waar we lering uit kunnen trekken. Zo’n monument kan verbindend werken.’

Ook Tseggai zegt ‘superblij’ te zijn. ‘Ik denk dat 2020 ons heeft laten zien dat er in de maatschappij nog veel littekens zijn door ons koloniale verleden’, stelt zij. ‘Het is goed om daarop terug te blikken.’ Wel vindt Tseggai dat het monument er eerder moet komen dan in 2023. Zij gaat proberen ook de wethouder daarvan te overtuigen.

LEES OOK: Pleidooi voor slavernijmonumenten in Den Haag

Meer over dit onderwerp: SLAVERNIJ SLAVERNIJMONUMENT MIKAL TSEGGAI SERPIL ATES BERT VAN ALPHEN

Amsterdam onderzoekt slavernijgeschiedenis en kijkt of excuses nodig zijn

NU 20.12.2019 Amsterdam laat onderzoek uitvoeren naar de rol van de stad in de slavernijgeschiedenis. Hieruit zou moeten blijken of excuses op hun plaats zijn, zo laat de gemeente vrijdag weten na een initiatiefvoorstel van zeven partijen in de gemeenteraad.

Die eventuele excuses zouden tijdens de slavernijherdenking op 1 juli gemaakt moeten worden.

Volgens de politieke partijen is er te weinig aandacht geweest voor de “schaduwkanten” van de geschiedenis van de stad. “Steden als Londen en Liverpool hebben de afgelopen jaren al hun excuses aangeboden voor hun rol in de trans-Atlantische slavernij.”

Het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis (IISG) is gevraagd om het onderzoek uit te voeren. Hierbij wordt gekeken naar de slavernij in Azië en Noord- en Zuid-Amerika. De resultaten worden in juni verwacht.

Excuses zijn voor zover bekend nog niet eerder volmondig gemaakt in Nederland. De Rotterdamse burgemeester Ahmed Aboutaleb heeft de regering dit jaar en vorig jaar opgeroepen om zich te verontschuldigen.

Lees meer over: Amsterdam  Binnenland

Amsterdams bestuur begint onderzoek naar slavernijverleden

Telegraaf 20.12.2019 Het Amsterdamse stadsbestuur laat volgend jaar onderzoek doen naar de rol van de hoofdstad in het slavernijverleden. Hiertoe heeft het college van burgemeester en wethouders deze week besloten, nadat een meerderheid in de gemeenteraad hier eerder dit jaar om had gevraagd.

Het onderzoek wordt gedaan door het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis. De gemeente verwacht de resultaten in juni.

BEKIJK OOK: 

Amsterdam overweegt excuses slavernijverleden 

De onderzoekers kijken vooral naar de rol van het Amsterdamse stadsbestuur in de slavernij in Azië, Noord- en Zuid-Amerika. Veertig auteurs werken mee aan een bundel met artikelen die uiteindelijk meer inzicht in de geschiedenis moeten geven. Aan de hand van de uitkomsten bepaalt het stadsbestuur of het excuses gaat maken voor de rol van Amsterdam in de slavernij.

Zeven partijen in de raad hadden voorgesteld dit te doen tijdens de jaarlijkse herdenking van de afschaffing van de slavernij op 1 juli. Eerder zei verantwoordelijk wethouder Rutger Groot Wassink (GroenLinks) dat hij hier welwillend tegenover staat, maar wel eerst wil weten waar de stad precies verantwoordelijk voor is geweest.

De gemeente wil Amsterdammers betrekken bij het onderzoek en organiseert daarom een aantal keer een maatschappelijk debat over het slavernijverleden.

BEKIJK MEER VAN; sociale wetenschappen Rutger Groot Wassink Amsterdam Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis

Amsterdam onderzoekt slavernijverleden: eerste stap naar excuses?

AD 20.12.2019 Het Amsterdamse college zet een eerste stap naar excuses voor het slavernijverleden. Onderzoekers bekijken welke rol de stad precies speelde in de slavenhandel. Dit kan de opmaat zijn voor formele verontschuldigingen op 1 juli.

Het Internationaal Instituut voor Sociale ­Geschiedenis (IISG) in Amsterdam gaat onderzoeken op welke manier Amsterdamse stads­bestuurders de ‘aard en de omvang van Nederlandse betrokkenheid bij de wereldwijde slavernij hebben beïnvloed’, schrijft wethouder Rutger Groot Wassink (GroenLinks) vrijdag in een brief aan de gemeenteraad. Ook wordt gekeken naar de opvattingen en het beleid van het toenmalige stadsbestuur.

De opdracht is het gevolg van een initiatiefvoorstel dat deze zomer is ingediend door Denk, Bij1, GroenLinks, D66, PvdA, ChristenUnie en de SP. Zij droegen de gemeente op voorbereidingen te treffen voor excuses voor het slavernij­verleden. Als het aan deze partijen ligt, worden die uitgesproken op 1 juli 2020 tijdens Keti Koti, de herdenking van de afschaffing van de slavernij. Het zou een historisch moment zijn: ­Amsterdam is dan de eerste gemeente in Nederland die dit doet.

Risico van schadeclaims?

Groot Wassink zet het onderzoek in gang, maar wil nog niet garanderen dat de gemeente daadwerkelijk excuses zal aanbieden, zelfs als uit het onderzoek blijkt dat Amsterdam inderdaad een voorname rol heeft gespeeld in de slaven­handel. “We gaan eerst de balans opmaken en dan kijken of het passend is excuses te maken en hoe we dat gaan doen.” Hij zegt wel dat het college welwillend is over het voorstel van de raadsmeerderheid.

Juristen van de gemeente onderzoeken of ­excuses kunnen leiden tot schadeclaims. Groot Wassink: “We willen alles scherp hebben.”

Als Amsterdam excuses uitspreekt, zal dat zijn voor de rol van de gemeente en niet voor de ­betrokkenheid van individuele Amsterdammers. Volgens de Leidse historicus Karwan ­Fatah-Black heeft het toenmalige stadsbestuur een prominente rol gespeeld in het slavernij­verleden. Hij deed onderzoek naar de Sociëteit van Suriname, die de slavenhandel opzette. Amsterdam was voor een derde eigenaar hiervan.

Essaybundel

Een commissie onder leiding van oud-wethouder Andrée van Es, net als Groot Wassink van GroenLinks, zal de onderzoekers begeleiden. In deze commissie zitten onder anderen Bert de Vries, directeur van het Stadsarchief, Gert Oostindie, directeur van het Koninklijk Instituut voor Taal-, Land- en Volkenkunde, antropoloog Gloria Wekker en historicus Leo Lucassen.

Het onderzoek wordt in juni gepubliceerd in een essaybundel. Volgens Groot Wassink is dat op tijd voor eventuele excuses op 1 juli.

Uitstekend op de hoogte

Dat Amsterdam een prominente rol heeft gespeeld in het slavernijverleden, kwam eerder dit jaar al naar boven in een studie van de Leidse historicus Karwan Fatah-Black (38). Hij publiceerde een boek over de Sociëteit van Suriname, de spil van de Amsterdamse betrokkenheid.

De gemeente was een van de drie eigenaren van deze Sociëteit, het bedrijf dat tussen 1683 en 1795 Suriname bestierde en daar een begin maakte met de handel in tot slaaf gemaakten die op de plantages moesten werken.

De Amsterdamse bestuurders, onder wie burgemeesters, waren volgens Fatah-Black uitstekend op de hoogte. Het besluit om Afrikanen naar Suriname te verschepen was zonder verdere discussie genomen, blijkt uit de notulen.

Kabinet: ‘Diepe spijt en berouw’

Het kabinet is tot nu toe niet verder gekomen dan ‘diepe spijt en berouw’ over het slavernijverleden. ‘Het kabinet kan de tijd niet terugdraaien, maar betreurt het ten zeerste dat slaver­nij onderdeel uitmaakt (sic) van onze gezamenlijke geschiedenis,’ schreef minister Kajsa Ollongren eerder dit jaar in een Kamerbrief.

De ‘diepe spijt en berouw’ die ze in dezelfde brief uitsprak is geen excuus, maar wel een klein stapje verder dan de woorden die toenmalig minister Roger van Boxtel uitsprak in 2001.

Het kabinet had destijds ‘diepe spijt, neigend naar berouw.’

Burgemeester Ahmed Aboutaleb van Rotterdam deed in 2018 al een oproep tot nationale excuses. In de Tweede Kamer vroeg Denk om een brief van het kabinet over de excuses.

In het buitenland hebben overheden al excuses aangeboden voor het slavernijverleden: Liverpool, Londen, Benin, Ghana, de Amerikaanse Senaat. In Nederland bood de Raad van Kerken in 2013 excuses aan.

 

Paleistuinen Den Haag Foto: Facebook

‘Het is tijd voor een slavernijmonument in Den Haag’

IdB 02.12.2019 Kan dat, een huwelijk tussen een ‘vrijgemaakte zwarte vrouw’ en een plantage-eigenaar? Dit soort bizarre vraagstukken waren er, in de tijd dat er slavernij was. Den Haag moet ook een slavernijmonument krijgen, vindt de Commissie Slavernijverleden, en het liefst in de Paleistuin.

De rol die Den Haag speelde in het slavernijverleden moet je niet onderschatten: onze stad heeft een groot koloniaal verleden. Den Haag speelde al vanaf de 17de eeuw een centrale rol in de totstandkoming, de handhaving en dus ook de afschaffing in 1863 van de slavernij (die trouwens heel traag ging).

 

Een Haagse familie met op de achtergrond een slaaf. Foto: Haags Historisch Museum

Paleistuin

De Commissie Slavernijverleden is duidelijk: Den Haag moet daarom net als Amsterdam een slavernijmonument krijgen. Zelf denken ze aan de Paleistuin als locatie van het monument. Maar ook het Lange Voorhout en het Plein worden genoemd als goede centrale plekken. Ook vinden zij een officiële herdenkingsdag passend: dit zou 30 juni of 1 juli moeten worden.

Breed draagvlak voor slavernijmonument

Den HaagFM 01.12.2019 Er is in Den Haag een breed draagvlak voor een herdenkingsmonument slavernijverleden én voor een jaarlijkse herdenking. Dat concludeert de Commissie Slavernijverleden Den Haag in haar adviesrapport .

“Daarmee wordt nadrukkelijk aandacht gevraagd voor dit ongemakkelijke en beladen thema in onze gemeenschappelijke geschiedenis. Het monument en de herdenking zijn daarom bedoeld voor de gehele Haagse samenleving, voor alle Hagenaars, ongeacht hun afkomst. Door het gezamenlijk verleden te kennen en te erkennen, kan er worden gewerkt aan een gezamenlijke verwerking daarvan”, schrijft de adviescommissie onder voorzitterschap van oud-wethouder Rabin Baldewsingh.

Het stadsbestuur riep in februari een onafhankelijke commissie in het leven onder leiding van oud-wethouder Rabin Baldewsingh. Dat gebeurde nadat de gemeenteraad een motie over dit onderwerp had aangenomen.

De adviescommissie stelt nu als data voor herdenking en viering ook respectievelijk 30 juni en 1 juli 2020 voor.

Paleistuin krijgt mogelijk slavernijmonument: ‘Wandsculptuur voor Haagse rol in slavernij’

AD 30.11.2019 Den Haag moet een slavernijmonument krijgen, het liefst op een prominente locatie in de stad die gekoppeld is aan het koloniale verleden. Voorstanders van een dergelijk herinneringsmonument noemen het Plein en Lange Voorhout als geschikte locaties. Een commissie die in de afgelopen maanden onderzoek heeft gedaan naar het draagvlak van zo’n monument  suggereert de Paleistuin als mogelijke plek.

Of zo’n monument er daadwerkelijk komt, hangt af van de wil van de gemeente. Een onafhankelijke commissie onder leiding van oud-wethouder Baldewsingh heeft in opdracht van de raad sinds februari van dit jaar gesprekken gevoerd met diverse Haags-Afrikaanse gemeenschappen over de wenselijkheid van een monument. Ook is onderzoek gedaan naar een jaarlijkse herdenking en viering van de afschaffing van de slavernij. Vrijdagavond heeft de commissie haar advies gepresenteerd aan wethouder Bert van Alphen (integratie).

Lees ook;

Wie het Centraal Station verlaat, wordt van twee kanten ‘gepakt’

Lees meer

Bijzondere Suriname-tentoonstelling voelt aan alsof je midden in het land staat

Bijzondere Suriname-tentoonstelling voelt aan alsof je midden in het land staat

Lees meer

De voorkeur gaat uit naar een duidelijk zichtbare wandsculp­tuur

Adviesnota

Uit gesprekken die de commissie heeft gevoerd met vertegenwoordigers van Haags-Afrikaanse organisaties, blijkt dat er geen behoefte is aan een pompeus monument. ‘De voorkeur gaat uit naar een duidelijk zichtbare wandsculptuur ter markering van de rol die de stad Den Haag in de slavernij heeft vervuld’, aldus de adviesnota. Het Joodse monument aan het Rabbijn Maarsenplein kan daarbij als voorbeeld dienen.

Manifestatie

De presentatie van een ontwerp voor het monument zou al in 2020 gekoppeld kunnen worden aan de herdenking van het trans-Atlantische slavernijverleden, een dag later gevolgd door een manifestatie, aldus de commissie. Behalve een jaarlijkse herdenking en viering, respectievelijk op 30 juni en 1 juli, zou er om de vijf jaar een grote manifestatie moeten komen.

Een andere aanbeveling van de commissie is om besturen van het Haagse onderwijs te verzoeken lesbrieven te ontwikkelen over het onderwerp. Ook Haagse musea en erfgoedinstellingen kunnen een rol spelen in de bewustwording rond het slavernijverleden.

De commissie vraagt de gemeente jaarlijks 250.000 euro vrij te maken voor alle activiteiten. Dat bedrag is exclusief de realisatie van een monument.

Advies: Den Haag moet slavernijmonument krijgen

OmroepWest 20.11.2019 Den Haag moet een slavernijmonument en een jaarlijkse herdenking van de afschaffing van de slavernij krijgen. Ook moet er een lesprogramma komen voor alle Haagse scholieren en studenten. Zo luidt de aanbeveling van een onafhankelijke adviescommissie die dit heeft onderzocht.

Het advies is in handen van Omroep West !!

De onafhankelijke adviescommissie onder leiding van oud-wethouder Rabin Baldewsingh (PvdA) was op zoek naar draagvlak voor een monument in Den Haag. Daarbij werd gekeken naar een jaarlijkse viering of herdenking en hoe de andere erfgoedvieringen van migranten in de stad hieraan verbonden zouden kunnen worden.

De commissie is in het leven geroepen door het stadsbestuur van Den Haag, nadat raadsleden Serpil Ates (GroenLinks) en Mikal Tseggai (PvdA) hadden gevraagd om in gesprek te gaan met organisaties over ‘een goede haalbare invulling voor de herdenking van (de afschaffing van) de slavernij’.

Dit voorstel werd aangenomen, terwijl de verderstrekkende moties van Tseggai – om jaarlijks een officiële slavernijherdenking te houden en een om een permanent slavernijmonument op te richten – het niet haalden.

‘Breed draagvlak’

Opvallend is dat eind vorig jaar toenmalig wethouder Rachid Guernaoui (Hart voor Den Haag/Groep de Mos, Integratie) er destijds op wees dat er diverse keren overleg is geweest met vertegenwoordigers van de Afro-gemeenschappen in Den Haag over een herdenkingsmonument. Maar volgens hem was de belangstelling daarvoor steeds niet groot.

 Mikal Tseggai@MikalTseggai

Voor een slavernijmonument in #DenHaag was volgens @@RachidG⁩ ‘geen draagvlak’. Vandaag kwam deze kleurrijke groep vrouwen het tegendeel bewijzen! Zij deden hun verhaal en spraken in bij #raad070. Bedankt voor de steun, ook aan @@LeviOmmen⁩en @@bertmangil⁩!💪🏽

18:21 – 20 dec. 2018  Andere Tweets van Mikal Tseggai bekijken

Uit de gesprekken die de adviescommissie heeft gevoerd, blijkt dat ‘er in onze gemeente een breed draagvlak is voor een herdenkingsmonument en een daaraan gekoppelde jaarlijkse herdenking’. De adviescommissie heeft gesproken met vertegenwoordigers van maatschappelijke en culturele organisaties die zich bij dit onderwerp betrokken voelen. Daarnaast is er gesproken met een groep deskundigen uit het hele land. Hun inbreng is ook meegenomen in het advies.

Wandsculptuur

‘Het monument en de herdenking zijn bedoeld voor de gehele Haagse samenleving’, schrijft de adviescommissie. ‘Voor alle Hagenaars, ongeacht hun afkomst. Door gezamenlijk het verleden te kennen en te erkennen, kan er worden gewerkt aan een gezamenlijke verwerking daarvan.’

Het slavernijmonument hoeft volgens de commissie ‘geen pompeus ruimtelijk monument’ te zijn, maar liever ‘een duidelijk zichtbare wandsculptuur ter markering van de rol die de stad Den Haag in de slavernij heeft vervuld’. Als voorbeeld wordt het Joodse monument op het Rabbijn Maarsenplein gegeven. Omdat er in Amsterdam al een Nationaal Herdenkingsmonument is, is het de bedoeling dat de herdenkingsplek in Den Haag een lokaal herdenkingsmonument wordt.

Plein, Lange Voorhout of Paleistuin

De adviescommissie heeft ook al nagedacht over de plek waar het monument zou moeten worden geplaatst. In elk geval moet het ‘een prominente locatie in Den Haag zijn, die gekoppeld is aan het koloniaal verleden’. In de gesprekken die de commissie heeft gevoerd, werden onder andere het Plein en het Lange Voorhout genoemd. De commissie vindt zelf de Paleistuin een goede plek.

In de ideale situatie zou de sculptuur in 2020 moeten worden gepresenteerd. Zo kan de presentatie in dit jaar samenvallen met de herdenking van het slavernijverleden. Het liefst zou de commissie zien dat de dag na de presentatie van de sculptuur er een manifestatie plaatsvindt. Deze manifestatie moet elke vijf jaar worden gehouden. Hier is nog geen datum voor bedacht.

30 juni herdenking, 1 juli viering

Voor de herdenking van de slavernij en de viering van de afschaffing zijn wel al data voorgesteld: 30 juni (herdenking) en 1 juli (viering). Voor deze data is gekozen omdat het tussen andere herdenkingsmomenten valt, waar ook wordt stilgestaan bij de koloniale geschiedenis.

Het gaat binnen die koloniale context om vijf historische momenten: 5 juni (Hindoestaanse Immigratie), 1 juli (afschaffing slavernij), 9 augustus (Javaanse Immigratie), 15 augustus (bevrijding Nederlands-Indië) en 17 augustus (Tula, herdenking van de Curaçaose verzetsstrijder).

De vieringen en herdenkingen van deze vijf momenten moeten in de toekomst onder de coördinatie van een nieuw lokaal herdenkingscomité komen te vallen, die ook de herdenking van de slavernij en de viering van de afschaffing organiseren. De voorzitter van het comité zou standaard de burgemeester van Den Haag moeten zijn.

Geschiedenislessen op scholen over slavernijverleden

Om zoveel mogelijk mensen bij de herdenking en de viering te betrekken, wordt voorgesteld om ‘een breed en goed opgezet educatief en cultureel programma’ te bedenken, ‘dat met name, maar zeker niet exclusief, is gericht op jongeren’, schrijft de adviescommissie.

‘In dit programma zou het verhaal van het slavernijverleden en de koloniale geschiedenis in openheid moeten en kunnen groeien en als ‘verborgen en ongemakkelijke geschiedenis’ uit de schaduw worden gehaald, om uiteindelijk een eigen en niet beladen, vaste plek in het collectief geheugen te verwerven. Het gaat om het gedeelde verleden, maar vooral ook om de gezamenlijke toekomst.’

Hierbij moeten alle openbare bibliotheken in Den Haag en alle Haagse scholen van het primair, voortgezet en hoger onderwijs meedoen. Op de Haagse scholen moeten scholieren en studenten tijdens de geschiedenislessen kennismaken met de geschiedenis van de slavernij. Om dat voor elkaar te krijgen moeten er lesbrieven worden ontwikkeld. Ook Haagse musea en erfgoedinstellingen, zoals het Haags Historisch Museum, het Haags Gemeentearchief en het Museon, moeten hierin een rol van betekenis vervullen.

Nationale aandacht

De hoop is dat met al deze aanbevelingen – als deze door het stadsbestuur worden overgenomen – het programma rondom de herdenking en de viering een landelijke uitstraling krijgt, ‘waaraan ook in de nationale media aandacht wordt gegeven’. Volgens de commissie is hier een structureel budget voor nodig, dat een groei kent naar het jaar 2023, want dan is het 160 jaar geleden dat de slavernij is afgeschaft.

De commissie denkt aan een structureel bedrag van een kwart miljoen euro. Dat is overigens exclusief de kosten voor het herdenkingsmonument. Wat het kunstwerk mag kosten, heeft de commissie niet aan het stadsbestuur voorgeschreven.

Het eindadvies wordt binnenkort aangeboden aan wethouder Bert van Alphen (GroenLinks, Emancipatie).

LEES OOK: ‘Stad Den Haag moet excuses aanbieden voor slavernijverleden’

Meer over dit onderwerp: DEN HAAG SLAVERNIJ SLAVERNIJMONUMENT LINK IN BIO