Maandelijks archief: augustus 2015

Werelderfgoeddagen Slavernijverleden in Den Haag 11, 12 en 13 september 2015

Op 11, 12 en 13 september 2015  worden in onze stad de Werelderfgoeddagen Slavernijverleden gehouden over de band tussen Nederland, Suriname, Curaçao, Afrika en Indonesië.

Het Haags Historisch Museum bracht eerder dit jaar een wandelkaart uit over de plekken in Den Haag die te maken hebben met het Nederlands Slavernijverleden.

zie ook:  Demonstratie 15.02.2015 Nationale Herdenking Slavernijverleden op het Haagse Plein

zie ook:  Tentoonstelling ‘Verbreek de ketenen’ 150 jaar afschaffing van de slavernij

Wie zijn de ‘anti-slavernij’ activisten van De Grauwe Eeuw? Elsevier 26.10.2016

Maurits van Nassau een schurk? Welnee, een held

Elsevier 19.01.2018 Met Johan Maurits van Nassau-Siegen (1604-1679) had Nederland een ambassadeur van formaat in Brazilië . De man wiens borstbeeld is verwijderd uit de hal van het naar hem vernoemde museum in Den Haag, het Mauritshuis, was iemand om juist trots op te zijn.

Het is bijna vierhonderd jaar geleden dat deze graaf als gouverneur-generaal de scepter zwaaide over de noordoostkust van het grootste land in Zuid-Amerika, maar hij wordt er nog altijd geroemd. In Recife (rif), hoofdstad van deelstaat Pernambuco, is er een school die zijn naam draagt, er is een brug met zijn naam en zelfs een naar hem vernoemde universiteit.

Maurits’ buste prijkt voor het gouverneurshuis in Recife, kinderen leren over hem op school en Mauricio is er een erg populaire naam. ‘Geen eerbetoon kan recht doen aan de legende van deze man,’ zei de Braziliaanse historicus Leonardo Silva Datas eens. ‘Hij was de beste president die we hebben gehad. Iedereen hield van hem,’ aldus de Braziliaanse filmregisseur Paulo Thiago, die een film over de Hollandse tijd maakte.

Beetje mal dat Maurits zo’n onbekende Nassau was

Gezien de roem waarmee Brazilianen de graaf nu nog overladen, is het een beetje mal dat Johan Maurits in Nederland zelf tot vorige week een van de onbekendste Nassaus was. Bij de naam ‘Maurits’ denken Nederlanders eerder aan Johan Maurits’ veel beroemdere achterneef: prins Maurits (1567-1625) of anders wel aan de huidige prins Maurits (1968).

Lees het prikkelende commentaar ‘Niemand gebaat bij beeldenstorm Mauritshuis’

Maar bij leven kende tout Nederland Johan Maurits, zeker de elite. De dichter Joost van den Vondel schreef in 1656 zelfs een lofdicht waarin de graaf in de laatste regel wordt geroemd als ‘een perel aan de kroon van Nassau’.

Toen de gouverneur-generaal na zeven jaar in de West in 1644 terugkeerde, maakte hij naam door de Haagse beau monde te ontvangen in zijn residentie aan de Hofvijver, nu bekend als het Mauritshuis.

Daar konden de hoogwaardigheidsbekleders via meegebrachte schatten kennismaken met de Nieuwe Wereld. Aan de wanden hingen metershoge schilderijen van inboorlingen, vreemde vogels krijsten in hun koperen kooien en overal stonden opgezette dieren. Maar het was vooral de dans van schaars geklede indianen in de achterzaal van Maurits’ stadspaleis, die indruk maakte.

Geen wetenschapper nam de moeite voor biografie Maurits van Nassau

Waardoor Johan Maurits in Nederland in de vergetelheid is geraakt, is niet bekend. Geen wetenschapper in Nederland die de moeite heeft genomen om een biografie over hem te schrijven. Een mogelijke verklaring is dat de graaf naar hedendaagse maatstaven niet deugde.

Op de website van het Mauritshuis is al veel langer te lezen dat Johan Maurits zijn stadspaleis liet bouwen met geld dat hij verdiende over de ruggen van zwarte slaven. Johan Maurits, kortom, zou een held met een luchtje zijn. Des te opmerkelijker dat Brazilianen over dit feit heenstappen en Maurits’ regeerperiode in Brazilië niet gedenken als zwarte bladzijde, maar als ‘gouden tijd’. Wat heeft Johan Maurits gedaan dat hij in Brazilië zo op handen wordt gedragen?

Geboren op zelfde slot als zijn oudoom Willem van Oranje

Johan Maurits van Nassau-Siegen wordt in 1604 geboren op Slot Dillenburg, hetzelfde slot vanwaar zijn oudoom Willem van Oranje (1533-1584) de strijd tegen de Spaanse overheerser coördineerde. Als middelste van de 25 kinderen die zijn vader Jan VII (1561-1623) bij twee vrouwen heeft verwekt, heeft hij de pech dat zijn oudere broers het geld al hebben opgemaakt voor een universitaire opleiding en een grand tour door Europa, zoals dat hoorde bij hoog-adellijke families.

Zonder toegang tot universitair onderwijs is Maurits voorbestemd voor een militaire loopbaan. Al op zestienjarige leeftijd treedt hij in dienst van het Staatse leger van de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden, dat na een wapenstilstand net weer begint te vechten tegen Spaanse troepen.

Hij gaat in de leer bij verwanten als de Friese stadhouder Willem Lodewijk van Nassau (1560-1620) en neemt onder de latere stadhouder Frederik Hendrik (1584-1647), bijgenaamd de Stedendwinger, deel aan het Beleg van Den Bosch. Johan Maurits maakt een bliksemcarrière: al na zes jaar wordt hij bevorderd tot kapitein.

De Nederlanden zijn niet het enige strijdtoneel voor de jonge Republiek. Aan de andere kant van de wereld verovert de West-Indische Compagnie (WIC) een deel van de kolonie Brazilië op de Portugezen. Langs de kust bevindt zich het belangrijkste suikerproductiegebied ter wereld en de WIC hoopt met de handel in suiker winst te kunnen maken.

Maar de Portugezen blijven zich met hulp van indianen met succes verzetten tegen de Hollandse bezetter. Suikermolens bijvoorbeeld branden ze tot de grond toe af. Dat brengt de bewindvoerders van de WIC, de Heren XIX, ertoe een militair te zoeken die orde op zaken kan stellen in de nieuwe Nederlandse kolonie. Zo komen ze uit bij Johan Maurits.

Een verblijf in de tropen gold in die tijd als te riskant

Doorgaans zou iemand van hoge afkomst bedanken voor zo’n functie. Een verblijf in de tropen gold in die tijd als te riskant. Een van de vorige bevelhebbers, Johan van Dorth (1574-1624), was amper in Brazilië gearriveerd, of hij sneuvelde in een hinderlaag van met pijl en boog bewapende indianen. Maar Johan Maurits heeft een goede reden om toch te gaan.

Tijdens de winters wordt er niet gevochten en neemt de jonge graaf deel aan het hofleven van Frederik Hendrik, de eerste Oranje met vorstelijke allure. Of Johan Maurits door de stadhouder wordt aangestoken of dat hij van nature iets op heeft met pracht en praal, is niet bekend, maar hij besluit in Den Haag een eigen (stads)paleis te laten bouwen, pal naast het Binnenhof.

Johan Maurits verkijkt zich echter op de kosten, waardoor de bouw moeizaam verloopt. De riante vergoeding die de Heren XIX bieden voor een uitzending naar Brazilië zou hem in staat stellen zijn paleisje in één keer af te bouwen. De Heren bieden een gage van (omgerekend naar de actuele waarde) 13.000 euro per maand, plus onkostenvergoeding en 2 procent van de buitgemaakte goederen. Zo vertrekt Johan Maurits in oktober 1636 met 2.600 man op twaalf schepen vanuit Texel naar Brazilië.

Maurits van Nassau maakt snel korte metten met de Portugezen

Maurits en zijn troepen maken snel korte metten met de Portugezen en vergroten de kolonie. Tegelijk stelt Johan Maurits orde op zaken. Hij tuigt een rechterlijke organisatie op naar Nederlands voorbeeld en laat criminaliteit, corruptie en prostitutie aanpakken. Om bigamie – een groot probleem onder soldaten in den vreemde – de kop in te drukken voert hij de Nederlandse huwelijkswetgeving in.

Verder wijst Johan Maurits controleurs aan om het voedsel eerlijk te verdelen, voert hij het Amsterdamse stelsel van maten en gewichten in en laat hij de stad Recife omwallen. Hij bouwt er bovendien een nieuwe stad aan vast: Mauritsstad, met daarin de residentie Vrijburg.

Johan Maurits laat wegen, bruggen en kanalen aanleggen en om de suikerproductie op gang te brengen, laat hij verlaten plantages veilen en leent hij geld aan de kopers. De behoefte aan arbeidskrachten vervult hij door Fort Elmina aan de Afrikaanse westkust te veroveren om vandaaruit slaven te importeren.

In plaats van de Portugezen het leven zuur te maken, stelt hij zich tolerant op. ‘Ware grootheid der status is niet naar de wijde vlakten, landerijen en macht af te meten, maar naar de trouw, de goedgezindheid en de eerbied der ingezetenen,’ schrijft Johan Maurits.

Hij stelt de Portugezen gelijk voor de wet en verzekert inwoners van de kolonie van inspraak door het instellen van een vergadering van afgevaardigden: het eerste parlement in de Nieuwe Wereld. Bovendien voert hij vrijheid van geloof in. Katholieken en joden mogen net als de Hollandse calvinisten hun geloof belijden.

Decennia voordat de Verlichting in Europa goed op gang komt, stelt Johan Maurits zich op als verlicht vorst. Veel keuze heeft de bruggenbouwer overigens niet: een groot deel van de inwoners bestaat uit Portugezen en een opstand kan hij zich niet veroorloven.

Maurits van Nassau gold als een modelvorst

Niet alleen door zijn tolerante opstelling krijgt Johan Maurits de reputatie van modelvorst, ook door zijn promotie van kunsten en wetenschappen in Brazilië. Hij neemt wetenschappers en kunstenaars mee om planten, dieren en bevolking te bestuderen. Johan Maurits’ lijfarts Willem Piso (1611-1678) verricht er baanbrekend onderzoek naar medicijnen en tropische ziekten.

De Duitse natuurkenner, geograaf, cartograaf en wiskundige Georg Marcgraf (1610-1644) onderzoekt er het weer, de flora en fauna en brengt het land in kaart. Piso en Marcgraf schrijven samen de Historia Naturalis Brasiliae, die tot in de negentiende eeuw het standaardwerk over Brazilië zou blijven. Johan Maurits financiert de studie uit eigen zak.

Het Suikerpaleis

Toen Johan Maurits op 22 mei 1644 Recife uitzeilde, nam hij een lading wapens, gebruiksvoorwerpen, sieraden, meubels, dieren, schelpen en vele andere objecten mee. Deze collectie Brasiliana werd ondergebracht in het Mauritshuis. Maurits’ stadspaleis, bijgenaamd het Suikerpaleis wegens de financiering ervan door handel in suiker, werd zo een van de belangrijkste curiositeitenkabinetten van de Republiek.

In de loop der jaren zou de collectie versnipperen. Niet in de laatste plaats doordat Johan Maurits zijn collectie gebruikte voor het geven van diplomatieke geschenken. Een deel van Maurits’ stukken ging verloren, onder meer door de brand die in 1704 een groot deel van het Mauritshuis – indertijd een Hotel van Staat voor hoge gasten van de Staten-Generaal – verwoestte.

Dankzij een loterij kwam de financiering voor herbouw rond. In 1822 werd het Mauritshuis een museum, wat het vandaag de dag nog altijd is.

De gouverneur-generaal, die in deze tijd een hofleven naar Europees model opbouwt, scoort de ene na de andere primeur. Rond Vrijburg wordt de eerste botanische tuin van het continent aangelegd, in observatoria worden de eerste systematische astronomische observaties gedaan en in Recife verrijst de eerste dierentuin.

Intussen leggen de jonge kunstschilders Frans Post (1612-1680) en Albert Eckhout (circa 1607-circa 1665) het land vast op doek. Zij zouden er zo voor zorgen dat heel Europa kennismaakt met Brazilië.

Alleen, de Heren XIX kunnen Johan Maurits’ werk niet waarderen. Ze willen winst zien. In brieven aan zijn vriend, de geleerde en dichter Constantijn Huygens (1596-1687), beklaagt Maurits zich over de onredelijke verwachtingen van het WIC-bestuur. Al na zes jaar in Brazilië vraagt Maurits zijn ontslag aan en in 1644 vertrekt hij.

Verdraagzaam zijn jegens ‘andersdenkenden’

In een plechtige afscheidsvergadering op 6 mei leest hij zijn politiek testament voor. Hij vraagt toekomstige bestuurders verdraagzaam te zijn jegens andersdenkenden. Daarna wordt hij op de schouders van indianen naar zijn schip gedragen. Het stamhoofd van de Tapuya’s geeft hem drie van zijn zonen mee.

Maurits zou een glansrijke toekomst tegemoet gaan. In 1647 benoemt de keurvorst van Brandenburg hem tot stadhouder van het hertogdom Kleef, in het Staatse leger klimt hij op tot opperbevelhebber en zijn liefde voor de bouwkunst brengt hem hoofdrollen bij de restauratie van het Johanniterslot te Sonnenburg bij Brandenburg en de bouw van de Unter den Linden in Berlijn. In 1679 sterft hij, vrouw- en kinderloos.

De Hollandse kolonie in Brazilië kent een minder glansrijke toekomst. Na Maurits’ vertrek laait de strijd weer op en gaat Brazilië voorgoed voor de Republiek verloren. ’T Versuymt Brasil – Ons verloren Brazilië – klinkt het teleurgesteld in Den Haag.

‘Apekool van gekwetst links moet stoppen’

Telegraaf 17.01.2018 Een aanval op onze iconen, noemt Wierd Duk de hetze tegen historische figuren als De Ruyter, J.P. Coen en Maurits. Een gesprek over Hitler, Zwarte Piet en gekwetste linkse actievoerders.

Moet onze vaderlandse geschiedenis intact blijven?

Telegraaf 17.01.2018 Onder druk van een kleine groep activisten wordt de geschiedenis van Nederland langzaam herschreven. Verwijzingen naar vermeende ‘foute’ historische persoonlijkheden worden stap voor stap verwijderd uit de publieke ruimte. Moet onze vaderlandse geschiedenis intact blijven? Of moeten we gewoon met de tijd meegaan omdat deze figuren simpelweg niet correct zijn?

’Stop de vervalsing’

Telegraaf 17.01.2018 Nu moet Maurits’ kop weer rollen. Eerder waren Jan Pieterszoon Coen, Michiel de Ruyter, Peerke Donders en de Gouden Koets al aan de beurt. Historici zijn het beu: wie wordt het volgende slachtoffer van deze absurde geschiedvervalsing?

Stop met het herschrijven van onze geschiedenis op last van een kleine groep activisten. Die klemmende oproep doen de gerenommeerde emeritus hoogleraren Piet Emmer en Frank Ankersmit naar aanleiding van de nieuwe beeldenstorm die is ontketend in Nederland.

Zo werd gisteren besloten dat de J.P. Coenschool in Amsterdam een andere naam krijgt, omdat Coen veel doden op zijn geweten had. Het Mauritshuis haalde een buste van haar naamgever weg omdat die zich zou hebben verrijkt aan slavernij.

https://www.telegraaf.nl/nieuws/1550210/stop-de-vervalsing

Absurd, vinden de wetenschappers de manier waarop ons land zich laat gijzelen door deze geschiedvervalsers. „De morele ijdelheid waarmee de slavernij nu wordt veroordeeld, duidt op een volkomen gebrek aan historisch besef.”

In Nederland liefst weggepoetst door activisten, in Brazilië huizenhoog op een voetstuk: Johan Maurits van Nassau.

Frauderen met vroeger

Telegraaf 17.01.2018 Historici verbazen zich over de nieuwe ’beeldenstorm’ die over Nederland raast. Na het weghalen van de buste van Johan Maurits in het Mauritshuis, besloot gisteren de Amsterdamse J.P. Coenschool dat er een andere naam op de muur moet, eentje die niet herinnert aan het slavernijverleden. Zelfs het beeld van Peerke Donders in Tilburg, die uit goedertierenheid een aai over de bol van een leprapatiënt geeft, mag niet meer van activisten.

Wat moeten we nu met de helden van toen?

NOS 17.021.2018 Het debat over het Nederlandse slavernijverleden laait weer op. Zo wil de Amsterdamse J.P. Coenschool na 107 jaar van zijn naam af en verwijderde het Mauritshuis in Den Haag het standbeeld van zijn naamgever Maurits van Nassau-Siegen uit de foyer. De vraag dient zich aan hoe wij in de huidige tijd moeten omgaan met de helden van weleer.

Dienke Hondius, historicus en initiator van Mapping Slavery NL dat de sporen van het Nederlandse slavernijverleden toegankelijk maakt voor een breder publiek, kan zich heel goed voorstellen dat de J.P. Coenschool in Amsterdam van zijn naam af wil.

Volgens Hondius is er in de loop van de tijd schaamte ontstaan over de gouverneur-generaal van de Verenigde Oostindische Compagnie Jan Pieterszoon Coen. Hoewel de VOC onder zijn bewind floreerde was hij ook verantwoordelijk voor de moord op bijna 15.000 inwoners op de Banda-eilanden, die het nootmuskaatmonopolie van de VOC niet wilden erkennen.

Het zou nu ondenkbaar dat deze man een nationale held zou worden, aldus Dienke Hondius.

“We zijn in de loop der tijd steeds meer over hem te weten gekomen. Het zou nu ondenkbaar dat deze man een nationale held zou worden”, zegt Hondius. Maar we moeten dit deel van de Nederlandse geschiedenis ook niet uitwissen, vindt ze. “Het biedt ook de mogelijkheid om iets over die geschiedenis te vertellen en om het verleden zichtbaar te maken.”

‘Een beetje krampachtig’

Wat haar betreft mogen dan ook standbeelden en straatnamen die verband houden met het slavernijverleden gewoon blijven. “Je kunt best een straat J.P. Coenstraat laten heten, maar geef onder het bordje dan een korte uitleg over de keerzijde, zoals dat ook gebeurd is bij het standbeeld van Coen in Hoorn.”

Video afspelen

Deze Nederlandse standbeelden zijn omstreden

Onafhankelijk onderzoeker Aspha Bijnaar, gespecialiseerd in het koloniale verleden, sluit zich daarbij aan. “Het verwijderen van beladen namen is op zich een gemiste kans. Het ontneemt juist de kans om meer uit te leggen over omstreden personen.”

Ze noemt het besluit van het Mauritshuis om het beeld van Maurits uit de foyer te verwijderen “een beetje krampachtig”. “Ze kunnen er beter een plakkaat bij doen waarin ze uitleggen waarom hij omstreden is.” Volgens Bijnaar is geschiedenis ook gewoon op straat en moet dat, met enige uitleg erbij, gewoon zo blijven.

Natuurlijk moet je het in zijn tijd plaatsen, maar zo denken we nu niet meer, aldus Karwan Fatah-Black.

Karwan Fatah-Black, onderzoeker en docent gespecialiseerd in koloniale geschiedenis aan de Universiteit Leiden, ziet dat anders. Hij vindt het een goede zaak dat de J.P. Coenschool van naam verandert. “We hebben er niet zoveel aan om deze geschiedenis als een soort eerbetoon aan zo’n school te hangen. Natuurlijk moet je het in zijn tijd plaatsen, maar zo denken we nu niet meer”, zei hij in De Wereld Draait Door (DWDD).

Volgens Fatah-Black zijn de meeste ‘koloniale helden’ pas honderden jaren na hun dood op een voetstuk geplaatst. “Het is het op een voetstuk plaatsen van iets dat we volgens mij niet op een voetstuk moeten plaatsen.”

‘Onderdeel van ons koloniaal verleden’

Piet Emmer, hoogleraar en specialist op het gebied van slavernij en immigratie, zat ook aan tafel in DWDD en was het deels met hem eens. “Op dit ogenblik zouden we geen school of tunnel meer voor J.P. Coen maken. Maar aan de andere kant is het onderdeel van ons koloniaal verleden en is het zinloos om voortdurend dingen die ons op dit ogenblik verkeerd voorkomen, zoals straatnamen of beelden, te veranderen.”

De beste oplossing is volgens hem om die namen en standbeelden te laten staan en erover te praten. “Het is juist belangrijk om je aan sommige namen te stoten, dan komt daarover weer een discussie op gang. Zoals bijvoorbeeld over de panelen op de Gouden Koets met zwarte mensen in onderdanige posities. Door die koets een keer per jaar te laten rijden kun je daar met je kinderen een keer per jaar over discussiëren.”

BEKIJK OOK;

Deze Nederlandse standbeelden zijn ook omstreden

‘Straatnamen mogen best een beetje opvoeden’

Actiegroep bekladt VOC-monumenten in Hoorn

 

Mauritshuis doet onderzoek naar sla­ver­nij­ver­le­den

AD 17.01.2018 Hoewel het museum in Den Haag zijn naam dankt aan Johan Maurits, weet het weinig over de rol van de 17de-eeuwse gouverneur in de geschiedenis. Het Mauritshuis neemt historici in de arm om dat te onderzoeken.

© Beko/Wikimedia

De laatste jaren kreeg het Mauritshuis steeds vaker kritiek op de informatieverstrekking over het slavernijverleden van zijn naamgever. Mede hierdoor besloot het museum deze zomer een borstbeeld van de gouverneur van de Nederlandse kolonie in Brazilië uit de foyer te verwijderen. Dat nieuws leverde vorige week een storm aan kritiek op van mensen die dit zien als een knieval voor antiracisme-activisten. VVD en PVV kondigden zelfs Kamervragen aan.

Maurits liet het woonhuis bouwen terwijl hij zelf in Brazilië was. Het gebouw is al sinds de 19de eeuw een museum, met topschilderijen uit de Gouden Eeuw. Een woordvoerder van het Mauritshuis zegt verbaasd te zijn over de ophef. ,,Jammer dat nu het verkeerde beeld is ontstaan. Wij wilden juist een completere toelichting aan onze bezoekers geven over Maurits. Dat kon veel beter in het museum dan in de foyer. Bovendien gaat het niet om een origineel borstbeeld, maar om een kunststof replica.”

Het beeld is dan wel verdwenen naar het depot, maar er is volgens hem geen sprake van wissen van de geschiedenis. ,,We zijn niet van plan andere werken weg te halen die een link hebben met het slavernijverleden. De zeven portretten van Maurits in het museum blijven gewoon hangen, alleen ze zijn nu voorzien van een uitgebreidere, genuanceerdere toelichting.” Ook de website, rondleidingen en publicaties zijn aangepast.

Lees ook;

Wat doen we nu met Piet Hein?

Lees meer

Wie gaan er schuil achter De Grauwe Eeuw?

Lees meer

Amsterdamse school zegt besmette naam uit koloniaal verleden vaarwel

Lees meer

Taj Mahal onder vuur: ‘Haal hem weg’

Lees meer

Iconen

Zo probeert het museum in te spelen op het maatschappelijke debat over de rol van de iconen van de West-Indische Compagnie (WIC) en de Verenigde Oostindische Compagnie (VOC). Althans, wat daarover bekend is. Het museum erkent eigenlijk niet veel te weten over zijn naamgever. ,,We weten weinig over de rol die hij speelde in de slavernij”, zegt de woordvoerder.

,,Historicus Piet Emmer zegt bijvoorbeeld dat Maurits weinig heeft verdiend aan slavernij, maar anderen stellen dat hij daarbij de waarde van de spin-off, zoals reparaties aan schepen, niet meerekent. Kortom, we weten het niet precies. Daarom roepen we de hulp in van historici van de Universiteit Leiden. De onderzoeksgroep wordt momenteel gevormd.”

De discussie over het koloniale verleden speelt ook in Amsterdam. Daar verandert de J.P. Coenschool, een openbare basisschool in de Indische Buurt, binnenkort haar naam. ,,Die strookt niet meer met onze kernwaarden”, zegt directeur Sylvie van den Akker. Historici zijn het vrijwel unaniem eens dat gouverneur J.P. Coen (1587-1629) in Nederlands-Indië een bloedig koloniaal bewind voerde, waardoor duizenden stierven.

Buste van Johan Maurits verbannen naar het depot: slavernijdebat gaf de doorslag

VK 17.01.2018 Tot september stond in de ontvangsthal van het naar hem genoemde Mauritshuis een borstbeeld van Johan Maurits. Nu is het verbannen naar het depot. Wat zit daarachter?

Al een maand of vier staat de buste van Johan Maurits van Nassau-Siegen – van 1637 tot 1644 gouverneur van de Hollandse kolonie in Brazilië – niet meer in de ontvangsthal van het naar hem vernoemde Mauritshuis. Tamelijk onverhoeds en in stilte werd het overgebracht naar het depot. ‘Niemand heeft er bij mijn weten opmerkingen over gemaakt’, zegt hoofd marketing Koen Brakenhoff, staand op de plek waar de Oranjetelg tot september 2017 de bezoekers begroette.

Tot nu toe. Vorige week stelde kunsthistoricus en conservator Imara Limon in de Volkskrant goedkeurend vast dat het borstbeeld was verwijderd als verlaat blijk van afkeuring van het veronderstelde aandeel van Johan Maurits in de slavenhandel. Vervolgens wijdde NRC Handelsblad er een stukje aan, en verklaarde het Mauritshuis alsnog dat de ‘verplaatsing’ van de buste voortvloeide uit ‘de groeiende maatschappelijke discussie over hoe we in Nederland (en in musea) omgaan met het slavernijverleden’.

Het borstbeeld van Johan Maurits. © Beko / Wikimedia

Er is vorig jaar geen ruchtbaarheid aan gegeven omdat een museum zich nu eenmaal voortdurend aan veranderende maatschappelijke opvattingen aanpast, zegt Brakenhoff. ‘Daar zijn we een museum voor. We vinden het niet nodig om elke tussenstand breed uit te meten.’

Welnu: dat doen anderen wel voor hem. Gebruikers van de sociale media ontstaken in woede over de ‘beeldenstorm’ die zich in het Mauritshuis zou hebben voltrokken. De Kamerleden Antoinette Laan (VVD) en Martin Bosma (PVV) hebben aangekondigd met minister Ingrid van Engelshoven (Cultuur) over deze kwestie in de debat te gaan. ‘Er is een totaal verkeerde beweging gaande’, zei Laan in De Telegraaf. ‘We importeren de Amerikaanse trend tot overgevoeligheid.’

Daarmee wordt de verwijdering van de buste ten onrechte gereduceerd tot een politiek gebaar, zegt Brakenhoff. ‘We hadden namelijk ook andere redenen voor haar verplaatsing. Het gaat om een replica van composietmarmer, naar het originele borstbeeld uit 1664. Voor ons is het meer een meubelstuk dan een kunstvoorwerp. Er waren dus ook geen sterke kunsthistorische argumenten voor de handhaving van zijn oorspronkelijke plek.’

Een beeld van Johan Maurits © Freek van den Bergh / de Volkskrant

MAATSCHAPPELIJK DEBAT

J.P. Coen

De J.P. Coenschool, een openbare basisschool in de Indische Buurt in Amsterdam, verandert binnenkort van naam. ‘Die strookt niet meer met de kernwaarden die wij hebben’, zegt directeur Sylvie van den Akker. Jan Pieterszoon Coen (1587-1629) was gouverneur-generaal van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) in toenmalig Nederlands-Indië. Historici zijn het vrijwel unaniem met elkaar eens dat hij daar een bloedig koloniaal bewind voerde. ANP

Maar, geeft Brakenhoff toe, het maatschappelijk debat over het slavernijverleden gaf bij de beslissing de doorslag. Naast Imara Limon uitten Anousha Nzume, auteur van het boek Hallo witte mensen, en columnist Zihni Özdil – thans Kamerlid voor GroenLinks – kritiek op de ‘onzichtbaarheid van de schaduwkanten van de vaderlandse geschiedenis’ in het Mauritshuis.

‘Dat gaf ons wel te denken’, geeft Brakenhoff blijmoedig toe. ‘We waren heel lang zoekend naar een evenwichtige presentatie van onze collectie. Door de kritiek waaraan we kwamen bloot te staan, is dat proces in een stroomversnelling geraakt.’

Het resultaat heeft zelfs Zihni Özdil enigszins verrast. ‘Mij was het vooral te doen om aanpassing van de teksten bij de tentoongestelde stukken’, zegt hij, blauwbekkend zonder overjas voor het Mauritshuis. ‘Teksten waaruit blijkt dat Johan Maurits niet alleen een kunstminnende bestuurder was, maar dat hij zich ook verrijkte ten koste van tot slaaf gemaakte Afrikanen.

Maar van de verwijdering van standbeelden ben ik geen voorstander. Integendeel. Als je een standbeeld verwijdert, begraaf je het verleden in plaats van erover te praten.’

Dat is in het Mauritshuis niet gebeurd, verzekert Brakenhoff. ‘Het is zo jammer dat het nu om een verdwenen buste gaat terwijl er elders in het museum veel meer en veel evenwichtiger aandacht wordt besteed aan Johan Maurits.’ Daarbij doelt hij op de teksten van de audiotour die de licht- en schaduwkanten van de gouverneur belichten.

Hoe schaduwrijk de conduitestaat van Johan Maurits precies is, weet Brakenhoff ook niet. ‘We hebben historici van de Universiteit Leiden dan ook gevraagd zich nader te verdiepen in de rol die hij heeft gespeeld in Nederlands Brazilië, en dus ook in de slavernij.’

‘Maar Johan Maurits is kennelijk al schuldig verklaard’, concludeert emeritus hoogleraar Piet Emmer, wiens boek Het zwartwit-denken voorbij onlangs verscheen. ‘Getuige de verbanning van zijn buste naar het depot. Een vreemde geste van het Mauritshuis, want ik zie werkelijk niet in waarom Johan Maurits zou moeten worden gestraft.

Hij was geen eigenaar van een plantage of van een suikermolen, en hij heeft geen vermogen verdiend aan de slavenhandel, simpelweg omdat de West-Indische Compagnie daarop verlies leed. Hij kwam alleen niet op de gedachte de slavernij af te schaffen, maar daarin was Johan Maurits een kind van zijn tijd. Dat is geen vergrijp dat de verwijdering van zijn buste rechtvaardigt.’

Volg en lees meer over:  ‘S-GRAVENHAGE   SHOWBIZZ & CULTUUR   DEN HAAG   ZUID-HOLLAND   MUSEA & GALERIES   MAURITSHUIS

Buste van Johan Maurits verbannen naar het depot: slavernijdebat gaf de doorslag

VK 16.01.2018 Tot september stond in de ontvangsthal van het naar hem genoemde Mauritshuis een borstbeeld van Johan Maurits. Nu is het verbannen naar het depot. Wat zit daarachter?

Al een maand of vier staat de buste van Johan Maurits van Nassau-Siegen – van 1637 tot 1644 gouverneur van de Hollandse kolonie in Brazilië – niet meer in de ontvangsthal van het naar hem vernoemde Mauritshuis. Tamelijk onverhoeds en in stilte werd het overgebracht naar het depot. ‘Niemand heeft er bij mijn weten opmerkingen over gemaakt’, zegt hoofd marketing Koen Brakenhoff, staand op de plek waar de Oranjetelg tot september 2017 de bezoekers begroette.

Tot nu toe. Vorige week stelde kunsthistoricus en conservator Imara Limon in de Volkskrant goedkeurend vast dat het borstbeeld was verwijderd als verlaat blijk van afkeuring van het veronderstelde aandeel van Johan Maurits in de slavenhandel. Vervolgens wijdde NRC Handelsblad er een stukje aan, en verklaarde het Mauritshuis alsnog dat de ‘verplaatsing’ van de buste voortvloeide uit ‘de groeiende maatschappelijke discussie over hoe we in Nederland (en in musea) omgaan met het slavernijverleden’.

Er is vorig jaar geen ruchtbaarheid aan gegeven omdat een museum zich nu eenmaal voortdurend aan veranderende maatschappelijke opvattingen aanpast, zegt Brakenhoff. ‘Daar zijn we een museum voor. We vinden het niet nodig om elke tussenstand breed uit te meten.’

Welnu: dat doen anderen wel voor hem. Gebruikers van de sociale media ontstaken in woede over de ‘beeldenstorm’ die zich in het Mauritshuis zou hebben voltrokken. De Kamerleden Antoinette Laan (VVD) en Martin Bosma (PVV) hebben aangekondigd met minister Ingrid van Engelshoven (Cultuur) over deze kwestie in de debat te gaan. ‘Er is een totaal verkeerde beweging gaande’, zei Laan in De Telegraaf. ‘We importeren de Amerikaanse trend tot overgevoeligheid.’

Daarmee wordt de verwijdering van de buste ten onrechte gereduceerd tot een politiek gebaar, zegt Brakenhoff. ‘We hadden namelijk ook andere redenen voor haar verplaatsing. Het gaat om een replica van composietmarmer, naar het originele borstbeeld uit 1664. Voor ons is het meer een meubelstuk dan een kunstvoorwerp. Er waren dus ook geen sterke kunsthistorische argumenten voor de handhaving van zijn oorspronkelijke plek.’

Het beeld van Johan Maurits © Freek van den Bergh / de Volkskrant

MAATSCHAPPELIJK DEBAT

J.P. Coen

De J.P. Coenschool, een openbare basisschool in de Indische Buurt in Amsterdam, verandert binnenkort van naam. ‘Die strookt niet meer met de kernwaarden die wij hebben’, zegt directeur Sylvie van den Akker. Jan Pieterszoon Coen (1587-1629) was gouverneur-generaal van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC) in toenmalig Nederlands-Indië. Historici zijn het vrijwel unaniem met elkaar eens dat hij daar een bloedig koloniaal bewind voerde. ANP

Maar, geeft Brakenhoff toe, het maatschappelijk debat over het slavernijverleden gaf bij de beslissing de doorslag. Naast Imara Limon uitten Anousha Nzume, auteur van het boek Hallo witte mensen, en columnist Zihni Özdil – thans Kamerlid voor GroenLinks – kritiek op de ‘onzichtbaarheid van de schaduwkanten van de vaderlandse geschiedenis’ in het Mauritshuis.

‘Dat gaf ons wel te denken’, geeft Brakenhoff blijmoedig toe. ‘We waren heel lang zoekend naar een evenwichtige presentatie van onze collectie. Door de kritiek waaraan we kwamen bloot te staan, is dat proces in een stroomversnelling geraakt.’

Het resultaat heeft zelfs Zihni Özdil enigszins verrast. ‘Mij was het vooral te doen om aanpassing van de teksten bij de tentoongestelde stukken’, zegt hij, blauwbekkend zonder overjas voor het Mauritshuis. ‘Teksten waaruit blijkt dat Johan Maurits niet alleen een kunstminnende bestuurder was, maar dat hij zich ook verrijkte ten koste van tot slaaf gemaakte Afrikanen.

Maar van de verwijdering van standbeelden ben ik geen voorstander. Integendeel. Als je een standbeeld verwijdert, begraaf je het verleden in plaats van erover te praten.’

Dat is in het Mauritshuis niet gebeurd, verzekert Brakenhoff. ‘Het is zo jammer dat het nu om een verdwenen buste gaat terwijl er elders in het museum veel meer en veel evenwichtiger aandacht wordt besteed aan Johan Maurits.’ Daarbij doelt hij op de teksten van de audiotour die de licht- en schaduwkanten van de gouverneur belichten.

Hoe schaduwrijk de conduitestaat van Johan Maurits precies is, weet Brakenhoff ook niet. ‘We hebben historici van de Universiteit Leiden dan ook gevraagd zich nader te verdiepen in de rol die hij heeft gespeeld in Nederlands Brazilië, en dus ook in de slavernij.’

‘Maar Johan Maurits is kennelijk al schuldig verklaard’, concludeert emeritus hoogleraar Piet Emmer, wiens boek Het zwartwit-denken voorbij onlangs verscheen. ‘Getuige de verbanning van zijn buste naar het depot. Een vreemde geste van het Mauritshuis, want ik zie werkelijk niet in waarom Johan Maurits zou moeten worden gestraft.

Hij was geen eigenaar van een plantage of van een suikermolen, en hij heeft geen vermogen verdiend aan de slavenhandel, simpelweg omdat de West-Indische Compagnie daarop verlies leed. Hij kwam alleen niet op de gedachte de slavernij af te schaffen, maar daarin was Johan Maurits een kind van zijn tijd. Dat is geen vergrijp dat de verwijdering van zijn buste rechtvaardigt.’

Volg en lees meer over:  MUSEA & GALERIES   MAURITSHUIS   ZUID-HOLLAND   ‘S-GRAVENHAGE   DEN HAAG   SHOWBIZZ & CULTUUR

‘Politiek correcte beeldenstorm’: jacht op koloniale beelden en namen laait op

Elsevier 16.01.2018 De jacht op politiek incorrecte namen en beeltenissen is hervat. Afgelopen weekeinde werd bekend dat het Haagse museum het Mauritshuis een buste van Johan Maurits weghaalde uit de foyer, en dinsdag kondigt de Amsterdamse basisschool J.P. Coen aan zijn naam te veranderen.

Directeur Sylvie van den Akker bevestigt aan De Telegraaf dat de naam van de school wordt veranderd vanwege het koloniale verleden van naamgever Johannes Pieterszoon Coen. Reden is ook dat de school de ‘eerste Unesco-school’ is in Amsterdam. ‘We vinden dat Coen daar niet bij past. (…) Hij heeft natuurlijk veel mensen vermoord. Daar voelen wij ons niet meer senang bij,’ aldus Van den Akker.

Belangrijk is daarbij de relatie met Unesco. ‘Vrede, wereldburgerschap, mensenrechten, intercultureel leren en duurzaamheid’ zijn volgens Van den Akker thema’s die de school hoog in het vaandel heeft staan. Vanwege de verschillende nationaliteiten en culturen op de school, moet die een andere naam hebben, vindt de directie. Wel wordt erover gedacht om het element ‘Coen’ te behouden omdat de school daaronder bekend is en een goed imago heeft.

Buste Maurits weggehaald uit Mauritshuis

Dit weekend bleek tevens dat het Mauritshuis afgelopen september een kunststof borstbeeld van Johan Maurits van Nassau-Siegen uit zijn foyer verwijderde. Reden is ‘de groeiende maatschappelijke discussie’ over het slavernijverleden van Nederland en ‘een grotere bewustwording over het slavernijverleden van Maurits’.

Eerder in Elsevier Weekblad; Koloniaal verleden: ophef over ‘foute’ straatnamen

Maurits, achterneef van Willem van Oranje, was van 1637 tot 1644 in dienst van de West-Indische Compagnie en persoonlijk betrokken bij de trans-Atlantische slavenhandel. Volgens een woordvoerder van het Mauritshuis was er bij de buste in de foyer een zeer summiere uitleg, waarbij de context zou ontbreken. Het Mauritshuis kreeg daar kritiek op, onder anderen van GroenLinks-Kamerlid Zihni Özdil. Hij vond dat het museum de rol van Maurits bij het Nederlandse slavernijverleden ‘wegpasteuriseerde’.

Het Mauritshuis benadrukt dat de portretten van Maurits niet zijn verwijderd uit het museum. Wel worden bij een portret en een beeldje de teksten aangepast.

‘We importeren Amerikaanse trend tot overgevoeligheid’

De VVD en PVV hekelen de beslissing van het Mauritshuis. De twee partijen willen toelichting van minister Ingrid van Engelshoven (D66) van Cultuur. Het weghalen van de Maurits-buste is volgens VVD-Kamerlid Antoinette Laan ‘slecht, verkeerd en onderdeel van een trend.’ Volgens haar is een ‘totaal verkeerde beweging gaande’.

‘We importeren de Amerikaanse trend tot overgevoeligheid. Wat is de volgende stap? Gaan we alle standbeelden voortaan binnen neerzetten, zodat ze binnen een “context” kunnen worden geplaatst,’ aldus Laan tegen De Telegraaf.

Ook PVV-Kamerlid Martin Bosma reageert verbolgen op het besluit. Hij noemt het weghalen van het borstbeeld ‘totaal idioot’ en onderdeel van een ‘politiek correcte beeldenstorm zonder eind tegen onze geschiedenis en onze cultuur’.

Het is niet de eerste keer dat er ophef is over Nederlandse historische figuren. Afgelopen november maakte het Rotterdamse kunstcentrum Witte de With bekend van zijn naam af te willen omdat het was beschuldigd van ‘anti-zwartheid’. Ook was er eerder verzet tegen ‘koloniale’ straatnamen en standbeelden van Michiel de Ruyter en Jan Pieterszoon Coen.

Ook lieten activisten van de linkse groep De Grauwe Eeuw van zich horen. In enkele steden protesteerde de groep tegen ‘racistische’ evenementen en in Hoorn bekladden de actievoerders een aantal standbeelden, onder meer van J.P. Coen, die zij ‘een massamoordenaar verantwoordelijk voor koloniale terreur’ noemden.

   Elif Isitman (1987) is sinds oktober 2014 online redacteur bij Elsevier Weekblad.

Opinie – Wie zich niet schaamt voor Nederlands verleden kent de slavenkastelen in Ghana niet

VK 12.01.2018 Nederland heeft zich in Ghana aan misdaden tegen de menselijkheid schuldig gemaakt

Historicus Hubert JMW Peters schrijft dat hij geen schuld of schaamte draagt voor de daden van onze 17de-eeuwse voorouders. Hoog tijd, meneer Peters, dat u eens iets leest over de Hollandse slavenkelders in Ghana.

Afgelopen maand bezocht ik in Ghana zowel Elmina Castle als Cape Coast Castle – twee slavenforten die in de 17de eeuw in bezit waren van Nederland. Helaas weten maar heel weinig Nederlanders van ons koloniale verleden op het Afrikaanse continent; we horen er zelden over.

De aan elkaar geketende slaven stonden er wekenlang in hun eigen uitwerpselen, de poep tot boven hun knieën

Tussen 1637 en 1814 werden er in Elmina Castle, onder auspiciën van de West-Indische Compagnie, per jaar zo’n 30 duizend mensen verhandeld. In de kerkers onder dit fort, in bedompte ruimtes van zo’n 6 bij 12 meter groot, propten de Nederlanders zo’n duizend Afrikanen op elkaar; een onvoorstelbare hoeveelheid mensen voor zo’n ruimte.

Toen ik de kerker bezocht, stonk het er naar kattenpies. En dat was al een ondraaglijke stank. De gevangenen van onze Hollandse voorouders stonden hier minstens zes weken lang aan elkaar vastgeketend, voordat zij werden verkocht en verscheept naar de ‘Nieuwe Wereld’. Velen van hen stierven dan ook.

In de jaren zeventig deden de universiteit van Syracuse (Verenigde Staten) en de universiteit van Ghana gezamenlijk onderzoek naar de muren van deze Hollandse slavenkelders in Ghana. Op de muren vonden de wetenschappers resten uitwerpselen tot zo’n 60 cm boven de vloer, de hele kerker rond.

Conclusie: de aan elkaar geketende slaven stonden er wekenlang in hun eigen uitwerpselen, de poep tot boven hun knieën. De universiteit van Ghana hield er onlangs nog met vrijwilligers een experiment. Hoe is het om in zo’n kerker, zonder wc, aan elkaar geketend te zijn? Na zes uur werd het onderzoek gestaakt. Reden? Het was absoluut ondraaglijk.

Elmina Castle ©

Maar dit was niet de meest mensonterende kerker van het Nederlandse slavenfort. Dat was namelijk de kerker van de terdoodveroordeelden. Achter een kleine deur, met daarboven een wandplaat met een doodshoofd en botten, sloten onze voorouders hun ‘opstandige’ gevangenen op. Zij stierven er, zonder licht, water of eten, een gruwelijke, langzame dood. Nieuwe ‘opstandigen’ werden tussen de stervende en al dode mensen gegooid.

In de granieten vloer van deze ruimte kerfden de gevangenen diepe groeven met hun ketens, je ziet er rechte lijnen en cirkels. Een soort doodskunst: uitingen van totale wanhoop en leed. De Hollanders, altijd zuinig, ruimden de kerker pas als iedereen dood was. Kunt u zich dit voorstellen, meneer Peters, zonder dat u zich schaamt?

Boven deze kerkers staat de Hollandse Gereformeerde kerk. De stank uit de kerkers moet in de kerk te ruiken zijn geweest. Maar in de kerk hangt een haast serene wandplaat die De Heere en zijn woonplaats in het paradijs beschrijft. Weer boven deze kerk is het appartement van de Hollandse gouverneur.

Wanneer hij maar wilde, koos hij een vrouw uit de vrouwenkerker, door lokale Nederlanders ‘Het Hoerenhol’ genoemd. De Nederlanders creëerden in Ghana hun eigen versie van hemel en hel.

Hans Broek werkt aan een expositie over ons slavernijverleden ©

Nederland heeft zich met de slavenhandel eeuwenlang schuldig gemaakt aan misdaden tegen de menselijkheid. Het zou goed zijn als de heer Peters, historicus van beroep, zich hierin wat meer zou verdiepen. Nog beter is het dat de Nederlandse regering haar koloniale geschiedenis zou (er)kennen, en excuses zou maken aan de nakomelingen van de slachtoffers van zulk diep menselijk leed.

Misschien hoeven we ons dan ooit wat minder te schamen – als natie en als burger.

Hans Broek werkt aan een expositie over ons slavernijverleden.

Volg en lees meer over:  OPINIE  GHANA

Werelderfgoeddagen Slavernijverleden in Den Haag

Den HaagFM 20.08.2015 In Den Haag valt veel meer te ontdekken over het slavernijverleden dan vaak gedacht wordt. In onze stad woonden veel prominente families die nauwe banden hielden met het Caraïbisch gebied en Afrika. Vaak bezaten zij aandelen in plantages in de overzeese gebieden. Deze gebieden werden vanuit Den Haag door het Ministerie van Koloniën bestuurd. Haagse politici hielden zich bezig met de verdiensten uit de koloniën en dus ook met slavenhandel, slavernij en later de afschaffing hiervan in 1863.

Op 11, 12 en 13 september worden in onze stad de Werelderfgoeddagen Slavernijverleden gehouden over de band tussen Nederland, Suriname, Curaçao, Afrika en Indonesië. De aftrap vindt plaats in de Bocht van Guinea. Vervolgens staan in Buurthuis Samen Sterk aan het Zieken naast geschiedenis ook muziek, dans, mode en diverse traditionele keukens in het middelpunt. Er zijn optredens, lezingen, documentaires en workshops. Op 19 september staan bezoeken aan bijzondere plekken buiten de stad op het programma.

Het Haags Historisch Museum bracht eerder dit jaar een wandelkaart uit over de plekken in Den Haag die te maken hebben met het Nederlands Slavernijverleden. Mensen die met de wandelkaart op pad gaan, komen meer te weten over de banden van Den Haag met slavernij, Haagse plantagebezitters en Caraïbische vrouwen die later hun recht kwamen opeisen. …lees meer

Advertenties

Berlagekiosk op Buitenhof verwaarloosd

De Berlagekiosk werd in 1924 gebouwd als verkooppunt voor bloemen en tijdschriften, terwijl er onder een openbaar damestoilet was ingericht. Tegenwoordig hoort de kiosk bij bar/restaurant Havana aan het Buitenhof.

Gemeente: “Berlagekiosk Buitenhof moet worden opgeknapt”

Den HaagFM 23.09.2015 De Berlagekiosk op het Buitenhof moeten snel worden opgeknapt. Dat schrijft het stadsbestuur in antwoord op vragen van gemeenteraadslid Anne Toeters (kleine foto) van D66. De gemeente zal contact opnemen met de erfpachter en hem aanspreken op het achterstallige onderhoud.

Vorige maand schreef Den Haag FM over de slechte staat van de in 1924 door architect H.P. Berlage ontworpen kiosk. Een van de glazen bouwstenen was er uitgehaald om een elektriciteitskabel door te steken, tegen de tocht en de regen werden in het gat blauwe huisvuilzakken gepropt. Tot ergernis van het raadslid: “Het is belangrijk dat deze monumenten goed onderhouden worden. Ik vind het dan ook zonde dat de Berlagekiosk aan het Buitenhof in een staat van achterstallig onderhoud verkeert.”

De Berlagekiosk werd in 1924 gebouwd als verkooppunt voor bloemen en tijdschriften, terwijl er onder een openbaar damestoilet was ingericht. Tegenwoordig hoort de kiosk bij bar/restaurant Havana aan het Buitenhof. …lees meer

D66 bezorgd over slecht onderhoud Berlagekiosk Buitenhof

Den HaagFM 18.08.2015 D66 in de Haagse gemeenteraad is bezorgd over het slechte onderhoud van de Berlagekiosk aan het Buitenhof, een officieel rijksmonument. Maandag schreef Den Haag FM over de slechte staat van de kiosk. Naar aanleiding daarvan stelt D66 nu schriftelijke vragen aan het stadsbestuur.

“Rijksmonumenten geven de stad haar koninklijke uitstraling en historische sfeer”, zegt gemeenteraadslid Anne Toeters. “D66 vindt het belangrijk dat deze monumenten goed onderhouden worden en vindt het dan ook zonde dat de Berlagekiosk aan het Buitenhof in een staat van achterstallig onderhoud verkeerd. De Berlagekiosk is een rijksmonument en is van architectuurhistorische en cultuurhistorische waarde.”

De partij wil van het gemeentebestuur weten wie verantwoordelijk is voor het onderhoud, en wie controleert dat dit goed wordt uitgevoerd. “Als we onze rijksmonumenten goed onderhouden, kunnen we er nog lang trots op zijn”, aldus Toeters.

Openbaar damestoilet

De Berlagekiosk werd in 1924 gebouwd als verkooppunt voor bloemen en tijdschriften, terwijl er onder een openbaar damestoilet was ingericht. Tegenwoordig hoort de kiosk bij bar/restaurant Havana aan het Buitenhof. …lees meer

“Berlagekiosk op Buitenhof wordt verwaarloosd”

Den HaagFM 17.08.2015 De Berlagekiosk op het Buitenhof, een officieel gemeentelijk monument, wordt verwaarloosd. Dat zegt Hagenaar Jaap Andela die twee jaar geleden al aan de bel trok over het slechte onderhoud.

Twee jaar geleden verbaasde Andela zich al over hoe de kiosk er uitziet. “In 1924 is het door architect H.P. Berlage ontworpen en oorspronkelijk zat daar een koperen koepel op. Nu zit nu een lelijk gemonteerde grijze dakbedekking op. En een van de glazen bouwstenen was er uitgehaald om een elektriciteitskabel door te steken.” Een schande vond Andela toen al. “We moeten trots zijn met wat Berlage voor Den Haag heeft betekend.”

Twee jaar later trekt de Hagenaar opnieuw aan de bel. “Het is alleen maar erger geworden. Tegen de tocht en de regen zijn er nu blauwe huisvuilzakken ingepropt. De uitbater heeft geen verstand van zaken, doe maar, steek het kabeltje er maar door, dan zijn we klaar, niemand ziet het toch. Zo ga je toch niet om met ons erfgoed?”

Openbaar damestoilet

De Berlagekiosk werd in 1924 gebouwd als verkooppunt voor bloemen en tijdschriften, terwijl er onder een openbaar damestoilet was ingericht. Tegenwoordig hoort de kiosk bij bar/restaurant Havana aan het Buitenhof. …lees meer

De hele wereld kijkt naar OPCW in Den Haag – deel 2

OPCW Den Haag

Er moet een onderzoek komen om te achterhalen wie gifgasaanvallen hebben uitgevoerd in Syrië.Secretaris-generaal Ban Ki-moon van de Verenigde Naties en de Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens (OPCW) in Den Haag moeten het initiatief nemen tot het onderzoek, zo wil de Veiligheidsraad. Dat wil de Veiligheidsraad. De vijftien leden hebben vrijdag unaniem ingestemd met een resolutie die daartoe oproept.

Chloorgas

De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties heeft unaniem ingestemd met een resolutie om de daders achter de chemische aanvallen in de burgeroorlog in Syrië op te sporen. De vijftien lidstaten vroegen aan secretaris-generaal Ban Ki-moon en het hoofd van Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens (OPCW) om een onderzoek op te zetten.

Het Syrische regime beloofde in 2013 zijn voorraad chemische wapens te vernietigen. Dat gebeurde na een aanval met het gifgas sarin op een voorstad van Damascus, waardoor honderden mensen waren omgekomen.

Stikkende kinderen

Bij de chemische wapenaanval in Damascus, die op 21 augustus 2013 plaatsvond, vielen honderden doden. ‘Het was vreselijk om mensen naar adem te zien happen en uiteindelijk te zien sterven in elkaars armen. Vooral de stikkende kinderen staan op mijn netvlies gebrand’, zegt een getuige in dit interview met de Volkskrant.

Eind mei beschuldigden mensenrechtenorganisatie het Syrische regime ervan minstens 35 aanvallen met gifgas te hebben uitgevoerd in de drie maanden daarvoor. In de Syrische provincie Idlib zou veelvuldig gebruik worden gemaakt van chloor, dat sinds 1993 op de lijst van verboden middelen staat in het Verdrag Chemische Wapens. Mensen die chloor inademen krijgen ademhalingsproblemen en kunnen er door stikken.

ONDERZOEKSINSTANTIE

Het toeschrijven van de verantwoordelijkheid voor de aanvallen kan de weg vrijmaken voor een optreden van de VN-Veiligheidsraad. De Raad heeft al gedreigd met consequenties, zoals sancties. Tot nu toe had het nog geen maatregelen genomen om de verantwoordelijkheid voor Syrische gifgasaanvallen toe te schrijven.

De VN-Veiligheidsraad vraagt Ban Ki-moon en de OPCW binnen twintig dagen met aanbevelingen te komen voor de oprichting van een onderzoeksinstantie “om de mogelijke individuen, organisaties, groepen of overheden te identificeren” die betrokken zijn bij de aanvallen.

De stemming kwam twee dagen nadat de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken John Kerry en zijn Russische collega Sergej Lavrov overeenstemming bereikten over de definitieve tekst van de resolutie. Geen van de andere dertien lidstaten heeft bezwaar gemaakt tegen die versie.

GIFGASAANVAL TWEE JAAR GELEDEN

Op 21 augustus 2013 vond een grote gifgasaanval plaats in Damascus die aan honderden mensen het leven kostte. Het Syrische regime werd al snel door meerdere partijen van beschuldigd die aanval te hebben uitgevoerd met behulp van chemische wapens.

Een onderzoek van de VN wees uit dat sarin was gebruikt, een gas waar het regime van Assad in grote hoeveelheden over beschikte. Het dringt het lichaam binnen via de ademhaling en kan zenuwen verlammen. Een schuldige werd met dat onderzoek niet aangewezen.

VERNIETIGING CHEMISCHE WAPENS

Met een resolutie besloot de VN-Veiligheidsraad in september dat jaar tot de vernietiging van alle chemische wapens in Syrië. Syrië stemde toe om aan de ontmanteling mee te werken.

De vernietiging gebeurde onder toezicht van de Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens (OPCW), die in juni vorig jaar aan de Veiligheidsraad rapporteerde dat de operatie was geslaagd. Alles wat het regime had opgegeven, was het land uit. Veel deskundigen waren sceptisch, mede door berichten over nieuwe aanvallen met gifgas.

CHEMISCHE AANVALLEN GAAN DOOR

Sindsdien zijn meerdere aanwijzingen dat de chemische aanvallen in Syrië doorgaan. In maart maakten activisten al melding van een aanval met chloorgas boven Sarmin in de noordwestelijke provincie Idlib. Volgens Human Rights Watch heeft de Syrische regeringin april en mei giftige chemicaliën gebruikt bij bomaanslagen.

Begin mei 2015 waren er nieuwe aanwijzingen dat het regime van de Syrische president Assad niet alle chemische wapens had opgegeven, terwijl het dat wel heeft verklaard.

zie ook: De hele wereld kijkt naar OPCW in Den Haag – deel 1

Lees hier de ontwerpresolutie die door president Obama naar het Congres is gestuurd Open pdf

Meer over Sarin l VS zetten VN opzij

zie ook: Obama ziet oplossing voor atoomprobleem Iran

zie ook: ‘Obama en Poetin naar NL’ nucleaire topconferentie

zie ook: Obama bezorgd over Syrië na de val van het regime

zie ook: Obama blokkeerde cyberaanval op Syrië

zie ook: Obama 500 miljoen uittrekken voor training Syrische rebellen

zie ook: Obama roept op tot een democratischer Irak

zie ook: Obama overweegt beperkte aanval op Syrië

lees: Syrië treedt toe tot OPCW

lees; Timmermans bespreekt Syrië

Dossiers: OPCW NRC

 

OPCW haalt alle chemische wapens uit Libië

Den HaagFM 04.09.2016  Het is de Haagse organisatie OPCW gelukt om alle chemische wapens uit Libië te halen. Afgelopen week werden de laatste 500 ton aan chemische wapens in Duitsland vernietigd.

In 2004 tekende de toenmalige Libische leider Moammar Kadaffi (kleine foto) een overeenkomst dat hij al zijn chemische wapens zou opgeven, waaronder mosterdgas en duizenden granaten met een chemische lading. Het OPCW kreeg de taak daarop toe te zien. Later bleek dat de Libische leider een geheime voorraad achter de hand had gehouden. In 2011 werd Kadaffi door politieke tegenstanders vermoord.

De Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens (Organisation for the Prohibition of Chemical Weapons oftewel OPCW) werkt samen met de Verenigde Naties. De Haagse organisatie kreeg in 2013 de Nobelprijs voor de Vrede voor de grote inspanningen om chemische wapens uit te bannen. …lees meer

OPCW: mosterdgas gebruikt bij strijd IS en rebellen

VK 06.11.2015 Bij gevechten in Syrië tussen strijders van Islamitische Staat (IS) en een andere rebellengroep is in augustus een verboden chemisch wapen gebruikt. Tot deze conclusie komen inspecteurs van de in Den Haag gevestigde VN-organisatie tegen chemische wapens (OPCW). IS wordt niet als de boosdoener genoemd, maar rebellen beschuldigen IS al maanden van de inzet van mosterdgas.

Het is voor het eerst dat de OPCW bevestigt dat een chemisch wapen in Syrië is ingezet sinds de vernietiging van het chemische wapenarsenaal van de regering-Assad in 2013.

Het vertrouwelijke OPCW-rapport, dat is ingezien door persbureau Reuters, is de zoveelste aanwijzing dat IS chemische wapens in zijn bezit heeft en ook gebruikt. Eerder deze maand maakten Koerdische autoriteiten in Noord-Irak bekend dat IS-strijders, ook in augustus, mosterdgas hadden gebruikt bij gevechten ten zuiden van Erbil.

In bloedmonsters van 35 Koerdische strijders werden volgens de autoriteiten sporen van mosterdgas gevonden. Mosterdgas is internationaal verboden en veroorzaakt verbrandingen van ogen, huid en longen. De OPCW onderzoekt ook deze aanval. Het OPCW-rapport over de aanval in Marea wordt eind deze maand besproken door de VN.

Speciale eenheid

In september werd bekend dat de Amerikaanse regering en de inlichtingendiensten in de VS er steeds meer van overtuigd zijn dat IS verboden chemische wapens produceert en gebruikt. IS zou een speciale eenheid hiervoor hebben. De jihadisten zouden de laatste tijd zeker vier keer mosterdgas hebben gebruikt in Irak en Syrië.

De VS denken dat IS erin is geslaagd mosterdgas in poedervorm te maken. Het chemische wapen zou zijn gestopt in explosieven, zoals mortiergranaten. ‘Onze inschatting is dat ze een kleine, actieve chemische-wapencel hebben die onderzoek doet en probeert het beter en beter te maken’, aldus een hoge Amerikaanse regeringsfunctioris tegen de BBC.

ISLAMITISCHE STAAT;

OPCW: mosterdgas gebruikt bij strijd IS en rebellen

Hoe komt een bom in een vliegtuig?

Gemarteld door IS en vlak voor executie gered

‘Wij laten zien wat zich werkelijk afspeelt in het kalifaat’

‘Hooggeplaatste IS-terrorist onderweg naar Nederland of Duitsland’

BEKIJK HELE LIJST

OPCW: mosterdgas gebruikt bij strijd IS en rebellen

VK 06.11.2015 Bij gevechten in Syrië tussen strijders van Islamitische Staat (IS) en een andere rebellengroep is in augustus een verboden chemisch wapen gebruikt. Tot deze conclusie komen inspecteurs van de in Den Haag gevestigde VN-organisatie tegen chemische wapens (OPCW). IS wordt niet als de boosdoener genoemd, maar rebellen beschuldigen IS al maanden van de inzet van mosterdgas.

Het is voor het eerst dat de OPCW bevestigt dat een chemisch wapen in Syrië is ingezet sinds de vernietiging van het chemische wapenarsenaal van de regering-Assad in 2013.

Het vertrouwelijke OPCW-rapport, dat is ingezien door persbureau Reuters, is de zoveelste aanwijzing dat IS chemische wapens in zijn bezit heeft en ook gebruikt. Eerder deze maand maakten Koerdische autoriteiten in Noord-Irak bekend dat IS-strijders, ook in augustus, mosterdgas hadden gebruikt bij gevechten ten zuiden van Erbil.

Jihadisten Syrië gebruikten volgens OPCW mosterdgas

NU 05.11.2015 In de strijd tussen verscheidene groepen jihadisten in Syrië is in augustus mosterdgas ingezet. Dit stelt de in Den Haag gevestigde internationale Organisatie voor het Verbod van Chemische Wapens (OPCW).

Volgens de OPCW is het gas in het dorp Marea ten noorden van Aleppo op 21 augustus gebruikt tijdens gevechten tussen jihadisten van Islamitische Staat (IS) en een andere extremistische strijdgroep.

Er is waarschijnlijk een dode door gevallen, aldus een OPCW-rapport van eind oktober waarvan donderdag een samenvatting is gepubliceerd.

Mosterdgas is een internationaal verboden chemisch wapen en veroorzaakt verbrandingen van ogen, huid en longen.

Lees meer over: Syrië OPCW

OPCW: jihadisten gebruikten mosterdgas

Telegraaf 05.11.2015 In de strijd tussen verscheidene groepen jihadisten in Syrië is in augustus mosterdgas ingezet. Dit stelt de in Den Haag gevestigde internationale Organisatie voor het Verbod van Chemische Wapens (OPCW).

Volgens de OPCW is het gas in het dorp Marea ten noorden van Aleppo op 21 augustus gebruikt tijdens gevechten tussen jihadisten van Islamitische Staat (IS) en een andere extremistische strijdgroep. Er is waarschijnlijk een dode door gevallen, aldus een OPCW-rapport van eind oktober waarvan donderdag een samenvatting is gepubliceerd.

Mosterdgas is een internationaal verboden chemisch wapen en veroorzaakt verbrandingen van ogen, huid en longen.

Gerelateerde artikelen;

31-10: België pakt paspoort jihadist af

30-10: Duitse IS-rapper gedood

18-10: ‘Leider Khorasan gedood’

OPCW: jihadisten gebruikten mosterdgas

AD 05.11.2015 In de strijd tussen verscheidene groepen jihadisten in Syrië is in augustus mosterdgas ingezet. Dit stelt de in Den Haag gevestigde internationale Organisatie voor het Verbod van Chemische Wapens (OPCW).

Volgens de OPCW is het gas in het dorp Marea ten noorden van Aleppo op 21 augustus gebruikt tijdens gevechten tussen jihadisten van Islamitische Staat (IS) en een andere extremistische strijdgroep. Er is waarschijnlijk een dode door gevallen, aldus een OPCW-rapport van eind oktober waarvan donderdag een samenvatting is gepubliceerd.

Mosterdgas is een internationaal verboden chemisch wapen en veroorzaakt verbrandingen van ogen, huid en longen.

GERELATEERD NIEUWS;

Rusland: aanblijven Assad geen principekwestie

Ouders gaan naar Syrië waar zoon vecht tegen IS

Annan vertrouwt op vredesrol Rusland en VS

MEER OVER; SYRIË BURGEROORLOG IN SYRIË

Verenigde Naties: Zoek daders gifgasaanvallen Syrië

AD 07.08.2015 Er moet een onderzoek komen om te achterhalen wie gifgasaanvallen hebben uitgevoerd in Syrië. VN-chef Ban Ki-moon en de Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens (OPCW) in Den Haag moeten dat opzetten. Dat wil de Veiligheidsraad. De vijftien leden hebben vrijdag unaniem ingestemd met een resolutie die daartoe oproept.

Het Syrische regime beloofde in 2013 zijn voorraad chemische wapens te vernietigen. Dat gebeurde na een aanval met het gifgas sarin op een voorstad van Damascus, waardoor honderden mensen waren omgekomen.

Chloorgas
Begin dit jaar concludeerde de OPCW dat er in 2014 zeer waarschijnlijk chloorgas is gebruikt in drie dorpen in Noord-Syrië, maar er werd geen verdachte genoemd.

Westerse landen zeggen dat het Syrische regime verantwoordelijk is voor de chemische aanvallen. Maar Damascus en Rusland geven opstandelingen de schuld.

GERELATEERD NIEUWS; De strijd om een Nederlandse zetel in Veiligheidsraad

MEER OVER; SYRIË VERENIGDE NATIESNEW YORK STATE NEW YORK VERENIGDE STATEN VAN AMERIKA BAN KI-MOON

VN-orgaan moet daders gifgas Syrië achterhalen

VK 07.08.2015 De VN-Veiligheidsraad heeft vrijdag unaniem een verzoek ingediend bij VN-chef Ban Ki-moon en het hoofd van de Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens (OPCW) om een onderzoek in te stellen naar de daders achter de chemische wapenaanvallen die zijn uitgevoerd tijdens de Syrische burgeroorlog.

Als duidelijk is wie verantwoordelijk is voor de aanvallen, kunnen de vijftien leden van de Veiligheidsraad mogelijk stappen ondernemen. Onder meer het instellen van sancties behoort tot de mogelijkheden.

Het voorstel, dat door Rusland en de Verenigde Staten was ingediend, kreeg de steun van alle leden van de Veiligheidsraad. De resolutie was een uitzonderlijk staaltje samenwerking tussen beide grootmachten, die het over Syrië doorgaans volstrekt oneens zijn. De Verenigde Staten dringen al geruime tijd aan op het achterhalen van de daders achter de gifgasaanvallen in Syrië.

De Veiligheidsraad verleende de OPCW in 2013 het mandaat om onderzoek te doen naar het gebruik van chemische wapens in Syrië. Maar dat mandaat strekte zich niet uit tot het aanwijzen van schuldigen. Het verzoek van de veiligheidsraad moet daar verandering in brengen.

Stikkende kinderen

Bij de chemische wapenaanval in Damascus, die op 21 augustus 2013 plaatsvond, vielen honderden doden. ‘Het was vreselijk om mensen naar adem te zien happen en uiteindelijk te zien sterven in elkaars armen. Vooral de stikkende kinderen staan op mijn netvlies gebrand’, zegt een getuige in dit interview met de Volkskrant.

Eind mei beschuldigden mensenrechtenorganisatie het Syrische regime ervan minstens 35 aanvallen met gifgas te hebben uitgevoerd in de drie maanden daarvoor. In de Syrische provincie Idlib zou veelvuldig gebruik worden gemaakt van chloor, dat sinds 1993 op de lijst van verboden middelen staat in het Verdrag Chemische Wapens. Mensen die chloor inademen krijgen ademhalingsproblemen en kunnen er door stikken.

Veiligheidsraad stemt in met onderzoek naar gifgasaanvallen Syrië

NU 07.08.2015 Er moet een onderzoek komen om te achterhalen wie gifgasaanvallen hebben uitgevoerd in Syrië. De vijftien leden van de VN-Veiligheidsraad hebben vrijdag unaniem ingestemd met een resolutie die daartoe oproept.

Secretaris-generaal Ban Ki-moon van de Verenigde Naties en de Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens (OPCW) in Den Haag moeten initiatief nemen tot het onderzoek, zo wil deVeiligheidsraad.

De onderzoeksgroep wordt voorlopig opgericht voor een jaar, met mogelijke verlenging, en krijgt vooral de taak “individuen, groepen of overheden” te identificeren die betrokken zijn bij het gebruik van chemische wapens. Het gaat vooral om chloorgas.

De resolutie vraagt bovendien “volledige medewerking” van de betrokken partijen, waaronder Syrische rebellen en het leger van president Assad. “Ze moeten volledige toegang geven tot alle locaties, materialen en personen,” aldus de VN.

Lees meer over: Syrië Gifgas

Gerelateerde artikelen;

‘Amerikaans plan om Syrische strijders op te leiden schiet tekort’ 

VS begint aan missies vanuit Turkije naar Syrië 

Voedselhulp Syrische vluchtelingen gehalveerd door geldgebrek 

‘Zoek daders gifgasaanvallen’

Telegraaf 07.08.2015  Er moet een onderzoek komen om te achterhalen wie gifgasaanvallen hebben uitgevoerd in Syrië. VN-chef Ban Ki-moon en de Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens (OPCW) in Den Haag moeten dat opzetten. Dat wil de Veiligheidsraad. De vijftien leden hebben vrijdag unaniem ingestemd met een resolutie die daartoe oproept.

Het Syrische regime beloofde in 2013 zijn voorraad chemische wapens te vernietigen. Dat gebeurde na een aanval met het gifgas sarin op een voorstad van Damascus, waardoor honderden mensen waren omgekomen. Begin dit jaar concludeerde de OPCW dat er in 2014 zeer waarschijnlijk chloorgas is gebruikt in drie dorpen in Noord-Syrië, maar er werd geen verdachte genoemd.

Westerse landen zeggen dat het Syrische regime verantwoordelijk is voor de chemische aanvallen. Maar Damascus en Rusland geven opstandelingen de schuld.

Gerelateerde artikelen;

18-07: ‘IS gebruikte gifgas in Syrië’

17-03: ‘Syrische leger gebruikte gifgas’

15-06: ’26 keer gifgas in Syrië dit jaar’

29-05: Syrië haalt deadline niet

06-03: ‘Syrië mist weer deadline’

VN dringt aan tot opsporing daders Syrische chemische aanvallen

NRC 07.08.2015 De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties heeft unaniem ingestemd met een resolutie om de daders achter de chemische aanvallen in de burgeroorlog in Syrië op te sporen. De vijftien lidstaten vroegen aan secretaris-generaal Ban Ki-moon en het hoofd van Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens (OPCW) om een onderzoek op te zetten.

ONDERZOEKSINSTANTIE

Het toeschrijven van de verantwoordelijkheid voor de aanvallen kan de weg vrijmaken voor een optreden van de VN-Veiligheidsraad. De Raad heeft al gedreigd met consequenties, zoals sancties. Tot nu toe had het nog geen maatregelen genomen om de verantwoordelijkheid voor Syrische gifgasaanvallen toe te schrijven.

De VN-Veiligheidsraad vraagt Ban Ki-moon en de OPCW binnen twintig dagen met aanbevelingen te komen voor de oprichting van een onderzoeksinstantie “om de mogelijke individuen, organisaties, groepen of overheden te identificeren” die betrokken zijn bij de aanvallen.

De stemming kwam twee dagen nadat de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken John Kerry en zijn Russische collega Sergej Lavrov overeenstemming bereikten over de definitieve tekst van de resolutie. Geen van de andere dertien lidstaten heeft bezwaar gemaakt tegen die versie.

GIFGASAANVAL TWEE JAAR GELEDEN

Op 21 augustus 2013 vond een grote gifgasaanval plaats in Damascus die aan honderden mensen het leven kostte. Het Syrische regime werd al snel door meerdere partijen van beschuldigd die aanval te hebben uitgevoerd met behulp van chemische wapens.

Een onderzoek van de VN wees uit dat sarin was gebruikt, een gas waar het regime van Assad in grote hoeveelheden over beschikte. Het dringt het lichaam binnen via de ademhaling en kan zenuwen verlammen. Een schuldige werd met dat onderzoek niet aangewezen.

VERNIETIGING CHEMISCHE WAPENS

Met een resolutie besloot de VN-Veiligheidsraad in september dat jaar tot de vernietiging van alle chemische wapens in Syrië. Syrië stemde toe om aan de ontmanteling mee te werken.

De vernietiging gebeurde onder toezicht van de Organisatie voor het Verbod op Chemische Wapens (OPCW), die in juni vorig jaar aan de Veiligheidsraad rapporteerde dat de operatie was geslaagd. Alles wat het regime had opgegeven, was het land uit. Veel deskundigen waren sceptisch, mede door berichten over nieuwe aanvallen met gifgas.

CHEMISCHE AANVALLEN GAAN DOOR

Sindsdien zijn meerdere aanwijzingen dat de chemische aanvallen in Syrië doorgaan. In maart maakten activisten al melding van een aanval met chloorgas boven Sarmin in de noordwestelijke provincie Idlib. Volgens Human Rights Watch heeft de Syrische regeringin april en mei giftige chemicaliën gebruikt bij bomaanslagen.

Begin mei waren er nieuwe aanwijzingen dat het regime van de Syrische president Assad niet alle chemische wapens had opgegeven, terwijl het dat wel heeft verklaard. LEES VERDER

Lees ook in NRC HandelsbladBoven Syrië hangt geur van chloorgas, drie vragen over de gifgasaanvallen.

Lees meer;

3 JUN Human Rights Watch: Syrië heeft chemische wapens gebruikt

18 MRT Boven Syrië hangt geur van chloorgas

8 MEI ‘Syrische regime was niet eerlijk over opgeven chemische wapens’

2013 Syrische oppositie zeer teleurgesteld over akkoord

2013 ‘Syrië vraagt hulp bij overdracht wapens’ – VN-rapport afgerond